Al meer dan 691.000 bezoekers!

Zijsprokkels

Nieuwste artikels

Zijsprokkel 78: Barre Tijden in Attenhoven.

Technische fiche

In het rijksarchief van Leuven bevindt zich een bundel, geklasseerd in het kerkarchief van de scholieren van Zoutleeuw nr. 14.682. De schepenen Francis Roosen en Jan Van Leijssum legden op 25 augustus 1690 een verklaring af over de schade die verscheidene legers in Attenhoven hadden aangericht. Ze verwijzen naar een document waarin deze schade in detail wordt beschreven. Hierbij komen ook rampen aan bod, die de hele regio troffen zoals extra belastingen, stormwinden, droogte en muizen.

Tekst 1

Die ondergescre˙en attesteren ende verificeren by desen alsulcke declaratie waerachtich te wesen als gegeuen hebben Francis Roosen ende Jan van Leijssum, schepenen der vrijheerlijckhijdt van Attenho¨en, in dathe den sesden Jan. 1690, o˙er alsulcke schaede als geschiet is in onse landen van Attenho˙en door di˙ersche campementen, logeringhen, heercracht, miswasch ende anderssints, alles gelijck breeder vuijtgedruckt is in die voorscre˙e declaratie, beereet [= bereid] sijnde de sel˙e toties quoties [= zo dikwijls als] des versocht sijnde met eede t'affirmeren ende noch meer schaede inne te brenghen als in de sel˙e oirconde 25 Aug. 1690 ende was onderteeckent Samuel Baeten, den autsten schepen, Dionisius Goumans, schepene, borgemeester, ende thiendenaer o˙er 26 jaeren der seer edele Cappittel van St. Lamberecht tot Luyck.

Collatum Concordat. Quod Attestor, J. Van Roye, Notarius publicus 1690.

Tekst 2

Wij, ondergescre˙en schepenen der heerelijckhijdt van Attenho˙en, verclaeren ende certificeren mits desen waerachtigh te wesen, dat d'Ingesetenen van Attenho˙en in het jaer 1672 door het camperen van den generael La Folagier met vijffthien oft sesthien duijsent peerden in den voorscre˙en Dorpe alles hebben verloren, ende nochtans in het naervolgende jaer 1673, als den Coninck van Vranckrijck is gecomen vuijt Hollandt, hebben dije voorschre˙en Ingesetenen aen Conte Duras, met sijne troppen gecampeert geweest sijnde tot Werm, moeten instantelijck le˙eren drije hondert sacken ha˙er ten vuijttersten dier, welcke daer mede hen noch nijet te vreden en waeren haudende, hebben de sel˙e ingesetenen gedwonghen op te brenghen swaere contributien, waer o˙er dije sel˙e francoijsen bij executie hebben gespolieert [= geroofd, ontnomen] ende vuijtgeroofft den sel˙en Dorpe ende gebrandt ontrent elff huijsen.

In Januario 1674 heeft Laportallo met het regiment peert volck van den Baron De Lembre twee daeghen ende nachten geleghen in het voorseijt Dorp Attenho˙en, nijet sonder vuijtnemende costen ende schaeden, sonder te vergeten dat in den sel˙en jaere den Coninck van Vranckreijck is getrocken naer Maestricht, als wanneer wederom die graenen totalijck sijn verslonden geweest ende alles gespolieert ende ewegh [= "eweg" is nog in veel dialecten gebruikelijk] genomen.

Anno 1675, dije demolieringhe der stadt St. Truyden geschiet sijnde, heeft den hertogh van Litsenbourgh sijn passagie door het velt van Attenho˙en genomen, ende o˙ersulcx veele graenen onder den voet getreden, ende het meestendeel dije terffue [= tarwe] ende coren vruchten geforageert [= meegenomen].

Anno 1676 sijn dije Hollanders met hunnen ganschen leger naer Maestricht getrocken ende henne passagie genomen door dije velden van Attenho˙en, ende den Gra˙e van Nassau ende den Graeff Waldijck hebben hen campement genomen met hun volck tusschen Gorsum [= Gorsem, deelgemeente van Sint-Truiden], Staije [= Staaien, gehucht van Sint- Truiden] ende Hal [= gemeente Halle-Booienhoven], dije welcken alle dije somer vruchten alhier hebben vernielt ende te niet ghedaen, ende in het sel˙e jaer is het Hollandts leger gecampeert geweest tot Orsmael [= Orsmaal-Gussenhoven, deelgemeente van Linter] ende daer ontrent, soo den oist in was, ende hebben in onse schuren comen dorsen veel graen t'ghene d'ingesetenen noch was o˙ergeble˙en, als wanneer de sel˙e ingesetenen met henne bestialen [= vee, dieren] als anderssints hebben moeten dije vluchte nemen, soo dat den coren ende terwen saijetijdt is benomen geweest, ende dije graenen in den jaere 1677 misluckt geweest, ende hebben maer distelen ende quaedt cruijdt getwacht [= opgebracht, voortgebracht], om dat een ieder moest saijen als den sneeuw viel. Ende in plaetse dat de selue ingesetenen eens oft in dat jaer 1677 souden respireren, heeft den generael Welbelom? met sijn volck gecampeert, ende hebben dije munctersche ende Lueneborsche troppen moeten vuijtcoopen met eenen onvuijtsprekelijcken grooten last.

Anno 1678 is de logeringhe der spaensche geschiet, dije welcke meer als twee duijsent pattacons in gelt gecost hebben, sonder hun tractement, waer naer int selue jaer int leste van meij dije franschen oock sijn gecomen van dije welcke dije voorscre˙e ingesetenen naer advenant dije spansche hebben schaden gehadt.

Anno 1679 isser in t'velt geweest menichte muijsen, dije welcke in dije graenen groote merckelijcke schaeden hebben ghedaen. [Over de muizenplagen, zie Kempeneers, Leven in Landen, 2000, p. 66.]

Anno 1680 isser soo grooten hagelslach geweest, dat dije gerste vruchten gansch ende geheel sijn verslaghen geweest.

Anno 1681 hebben dije muijsen wederom soo abundantelijck alhier geregueert, dat sij nijet alleenelijck dije graenen te velde staende, maer oock dije alreede gheschuert [= opgeslagen in de schuur] waeren, soo wel het een als het ander, gansch op geten [= opgegeten] ende verslonden, ende bouen dijen moeten opbrenghen groote contributie.

Anno 1685 op St. Laureijs dagh [= 10 augustus] isser soedanighen grooten wint opgestaen, dat dije gerst meestendeel is vuijtgeslaeghen geweest, ende oock groote schaede in dije terwe.

Anno 1686 hebben dije muijsen ende wormen dije graenen vuijtgeten [= opgegeten].

Anno 1687 sijn dije somervruchten door dije groote drooghte geheel dun, ende miswasschen geweest.

Anno 1688 heeft den wintslach in dije terwe geweest, ende wederom om dije drochte [= droogte] luttel somer vruchten gehadt, sonder comprehenderen dije groote contributie aen dije franschen.

Anno 1689 is het Hollandts leger tot Elesim [= Eliksem], Heijlessim [Op- en Neerheilissem, Frans HÚlÚcine] ende daer ontrent gecampeert geweest, dije welcke alle dije terff geforageert [= alle tarwe meegenomen] hebben, ende daer naer door het trecken ende hertrecken, groote schaede, ende verlies gehadt, ende want het goddelijck ende redelijck is der waerhijdt getuijgenisse te ge˙en, soo hebben wij dese onderteeckent desen sesden Januarij 1690, quod attestor ende was onderteeckent Francis Roosen, schepenen der vrijheerelijckhijt Attenho˙en, Jan van Leijssum schepenen des sel˙e.

Collatum Concordat. Quod Attestor, J. Van Roye Notarius, 1790.

Dr. Paul Kempeneers. Overgezet op 2 juni 2012. Verschenen op de website op 2012.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional