Al meer dan 691.000 bezoekers!

Zijsprokkels

Nieuwste artikels

Zijsprokkel 40: Kroniekje van Gregorius Cluckers (1649)

De Tienenaar Gregorius Cluckers vertelt over een aantal belangrijke voorvallen uit de 16de en 17de eeuw: de brand van de hoofdkerk in 1536, een tempeest in 1592, de overstroming van 1649, het eerste schip in Tienen in 1650 en vooral de overbrenging van verscheidene relikwieŽn naar de Sint-Germeinskerk in 1666 met onder andere een stukje van het Heilig Kruis. Dit heuglijke feit werd 2 maal gevierd: na 150 jaar in 1816 en na 175 jaar in 1841. Waar wachten we op om weer een grote viering te organiseren in 2016, dus na 350 jaar?

Technische fiche

Register ende manuael bouck van Gregoris Cluckers ende Christina Steuens wettighe gehuijsschen (begonnen op 3 januari 1649). In: Archief van de familie Fourneau de Cruquembourg, doos 474 "Varia" (achteraan, niet gepagineerd, + tekst op een half, los blaadje, recto en verso beschreven). Alg. Rijksarchief Brussel, toegang I 109. Cluckers overleed op 8 oktober 1671, zijn vrouw op 12 september 1662.

Feiten aangehaald door Gregorius Cluckers

1536: Brand van de hoofdkerk met de toren.
Anno 1536 inde maent van Junij is affgebrant geweest die hooftkerck metten Toren van Sinte Germijns binnen Thienen ende is alsdoen proces gecomen tussen die Stadt ende die heeren vande grootte thiende om te hebben restauratie soo vande kerck oft beuck alswel den toren, ende zijn die heeren vande thiende bij prouisie geduempt oft gecondempneert te moeten den beuck ende choor decken bij prouisie voer den tijt van twee Jaeren met stroot ende daernaer met schalien, d'welck oijck alsdoen worde gedaen, ende [die zij torens = geschrapt] den grootten toren oijck op te maecken dwelck is gedaen geweest, ende die zij torens hebben die Thiendenaeren versien bij pleckasie met calck om te verhoeden niew ruwiene vande welfsels. Alles soo Eemont Goossens den ouden mij heeft gerelateert anno 1654

1592: Tempeest van donder en bliksem met vuur in de toren van de Sint-Germeinskerk.
Anno 1592 den 8 februarij is doer merckelyck tempeest van donder ende blixem het vier gecomen inden toren vande kercke van Sinte Germijns ende is daerdoer mette geheel kerck van beucke chooren altesaemen afgebrant, waernaer dat op den 12 november 1592 bij de kerckmeesters is inde Raede Regte gepresenteert tegens die heeren van Sint Jan tot Luijck ende naer competerende die grootte thiende ten eijnde sij sauden worden gecondempneert die voorschreuen kerck, toren, beucke, choor, ende grootte clocke te restaureren, ende in staet te stellen ende naer oppositie ende procedure zijn dopponenten opden 16 Julij 1592 bij vonnisse vande voorschreuen Raedt gecondempneert inde op bauwinge ende restaureren vanden voorschreuen choor, beuck, toren, clock etcetera, cum expensis, in het comptoir van secretaris du Roij.

1649. Overstroming.
Den xjen (= elfde) Julij 1649 is doer het groot waeter (gecomen van eenen extraordinaris straffen grooten regen die den dach te vorens tot in de nach toe gevallen was) vuijt oft doer gebroken het waeter neffens die groote spuije doer die vesten, op de zijde naer die gellenaecken poert toe, ende is met sulcken stercken vloet in stadt gecomen dat oijck doer gevloten ende doer gebroken is inde tweede vesten tussen die hoegaersche poert ende het Duijffhuijs alles smorgens ontrent vier uren, ende alsdoen alsoo ter stadt binnen gecomen in sulcker hooghden, datter vele huysen doer beschaedicht wordden, Jae eenige huijsen neer gevloten, soo datter in een huys van twee stasie hooch doer dwaeter neer gevloten (staende inde gellenaecken straet) Regenoot die mene, drije persoonen in zijn verdroncken bouen noch negen persoonen die doer groot gewelt worden vuijt gelost, oijck verdroncken vele coyen ende beesten, na(1) ende ten waere geweest dat geInventeert wordden het waeter op dander zijde vande stadt doer twee halleijden inde vesten doer het afbreken vande muren vuyt te laeten vloijen, daer was apparentie dat meer als die heel halff stadt sauden in waeter geweest sijn, ende minichte van huijsen om verre gevallen sauden hebben ende vele mensen connen verdrincken. Godt wil die stadt van sulcx meer bewaeren.

(1) Boven de a staat een streepje.

1650. Nieuwe Scheepvaart.
Den 5 december 1650 is binnen Thienen des auent ontrent acht uren gecomen het ierste schip, dat t zedert tachentich jaeren oft meer herwarts is aengecomen, gemerckt datmen die reuieren vande gete heeft begonst nauigabel te maecken, wesende het selue schip lanck 72 voet gelaeden met saut, peck, herinck, wijn, etcetera, maer heeft lange daegen op den wech geweest aleer te hebben connen aengebracht wordden.

1658: Sneeuw en plotse dooi.
Den 24 februari 1658 is doer grootte snieuw ende doije vanden vorst weerom seer groot waeter gecomen, vreesende dat die vesten weerom sauden doorgebroken hebben, maer is, Godt hebbe lof, noch wel gecomen, hoewel groote schaede is gecomen soo aen poerten, bruggen [als aende principael casseijen vande ...](1), wederomme vesten geopent aendie twee aleijen tussen die haeckendouer poert ende slicksteen om het waeter doer te laeten, dwelck ick als rentmeester vande stadt hebbe doen doen midts [... gevallen sneeuw het ...](2), ... 26 februari 1658.

(1) Dit gedeelte, helemaal links van de bladzijde, is niet volledig leesbaar, door te strakke bindkoorden op deze plaats. - (2) Deze tekst staat helemaal onderaan de bladzijde. Deze is beschadigd, zodat enkele woorden verdwenen zijn.

1659. Wapenstilstand voor twee maanden.
Den 16 may 1659 is binnen Thienen gepubliceert stiltstant van waepenen tussen zijn Maiesteijt den Coninck van Spanien, ende den Coninck van Vranckrijck, voerden tijt van twee maenden, innegegaen den 8 april lestleden.

1660. Vrede in het portaal.
Den 18 meert 1660 is alhier binnen Thienen op een tiater, gemaeckt int portael van onse Lieue vrauwe kerck, ontrent x [= 10] uren voer noen gepubliceert(1) den peijs tussen den Coninck van Spanien ende Coninck van Vranckrijck, ten ouerstaen vande heeren vande magistraet, ende vergaederinge vande Borgerije(2) ende andere, als wanneer ick als Schepene ben oijck present geweest, Godt wil ons geuen eenen saeligen ende lanckdurigen peijs.

(1) In de tekst staat de schrijffout: gepuliceert. - (2) In de tekst staat: Bogerije.

1666. Overbrenging van relikwieŽn.
Op den 3 maij 1666 is inde cappelle van onse Lieue vrauwe ten steen smorgens heel vroech gedraegen geweest in een casse toegesegelt die waerachtige Reliquien van het heijlich cruijs ons heeren, met die andere Reliquien(1) van Sinte Sebastiaen martelaer, Sint Adriaen martelaer, van Sinte Rochus confesseur, vanden heijligen Antonis Abt, van Sinte huijbrecht confesseur, vande heijlige Anna moeder vande heijlige maeget maria, van Sinte Barbara maeget ende martelesse, ende van het melck van die moeder Godts maria, alles volgens dapprobatie brieuen van het viccariaet van sijn hoochweerdige den Aertsbisschop van Mechelen, ende aldaer geopent synde, is met een seer solemnele processie geaccompanieert met het Cappittel ende vier mendicanten ordens, neffens die heeren vande magistraet, ende die Gulde oft drapperye, mede die drije Schutterye ende twee Retorijcke caemers allen versien met licht van flambiauwen, doer den Eerweerdige heere prelaet van heijlessem binnen die kercke van Sinte Germijns alhier innegebracht, ende is doer den seer Eerweerdige pater Joannes van Landen ex prouinciael vande Cappusinen, geassisteert metten seer Eerweerdige pater Anselmus van Antwerpen deservitor ende gardiaen van het convent vande Cappusinen tot Antwerpen, den Eerweerdige pater Antonis van Brussel predicant ende frater hubertus van diest Clercq, aende heeren vande magistraet ende gemeijnten deser stadt, de selue Reliquien vergunt ende gegeuen, die welcke doer Joncker peeter van Ranst, en mij Gregorius Cluckers, respectieue Borghemeesters deser stadt Thienen, seer danckelijck sijn geaccepteert ende ontfangen. Godt wil geuen dat dese heijlige Reliquien dese stadt ende innegesetenen van dijen wille bevrijen van aenstaende perijclien(2) ende swaericheden, Amen.

(1) In de tekst staat de schrijffout: Requien. - (2) Bedoeld wordt: perikels.

1668: Vrede op de pui van het Stadhuis.
Den 1en juni 1668 is op die puije van het audt stadthuijs alhier gepubliceert den peijs tussen den Coninck van Spanien ende Coninck van Vranckrijck, naer dien dat een jaer orloge hadde geweest tot seer grootte ruwiene van dese landen, midts dat den Coninck van Vranckrijck sonder orloge te declareren in het lant was gecomen met een seer machtich leger, soo te voet als te perde, ende verouert ende innegenomen vele steden ende grootte ruwiene gedaen op het plat lant.

1671. Eerste steen van Kapucijnenklooster.
Den 4 september 1671 is geleijt geweest den iersten steen vande kercke ende convent van het Cappusinen clooster binnen dese stadt Thienen doer den heere Graue van Montre(1), Gouerneur van dese nederlanden, geleijt geweest den iersten steen tot het op bauwen vande voorschreuen kercke ende clooster ende die weijdinge gedaen doer den Eerweerdige heere prelaet van Sinte Geertruijden tot Louen(2), alles seer solemneelyck gebeurt, welcke paters Cappusinen alhier in stadt sijn gecomen geweest op den ...(3) ende hebben haere woninge genomen in het huijs van Sebastiaen Traetsen inde vleeshauwers straet(4), alwaer sij hunne dinsten altijt hebben gedaen seer loffelijck.

(1) Namelijk: Jan Dominic de Zuniga, graaf van Montery (De Ridder, in: HG 1921, blz. 118). - (2) Claudius Franciscus de la Viefville. - (3) Niet ingevuld. - (4) Sebastiaen Traetsens was brouwer in de Rode Poort. Hij was ook de eigenaar van de Ooievaar. Zie uitgebreid bij Kempeneers, Thuis in Thienen, 1999, blz. 396 en 565.

Dr. fil. Paul Kempeneers. Tienen, 24 maart 2004.

Deze tekst verscheen ook achteraan ďHet oudste cijnsboek van TienenĒ (Bijdragen van het Hagelands Historisch Documentatiecentrum, Tienen, 2004) en in ďMuseumstripĒ (2004, nr. 4, okt-dec).

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional