Al meer dan 351.000 bezoekers!

Zijsprokkels

Nieuwste artikels

Zijsprokkel 23: Vergeten Tiense figuren

10. De primus Joannes Germanus Landeloos

In vredestijd waren de schuttersgilden altijd present om feestelijkheden meer kleur te geven. Een reglement van 1690 regelde de procedure. Op 2 april 1705 werd Tienen door een ramp getroffen. Zowat 30 huizen brandden af, maar op het einde van het jaar was er weer reden tot feesten. Joannes Germanus Landeloos werd aan de vermaarde Leuvense universiteit als eerste in de wijsbegeerte gekozen. Dit gebeurde met alle voosen of met algemeenheid van stemmen, wat zelden voorkwam. De stad zou de laureaat op 15 november 1705 met de nodige luister op het stadhuis ontvangen.
De kapitein van de Jongmans vertrok op zondagmorgen, om vijf uur, met zijn compagnie wel gewaepent naar Leuven, waar hij zich moest posteren op al sulck plaetsse als aen hem sal worden gedesigneert. Toen de primus met de cavalcade (optocht te paard) aankwam, bewees de kapitein hem, samen met zijn alferis of vaandeldrager, de nodige eer. Daarna vatte het bonte gezelschap de tocht naar Tienen aan. De hele tijd moesten de Jongmans in behoorelijcken ranghe blijven. Ook mocht er tussen hen en de cavalcade geene merckelijck spatie zijn. Zo kwam de ordelijke stoet in Tienen aan, waar de andere schuttersgilden stonden opgesteld, namelijk die cleueniersgulde, den handtboghe ende den cruijsboghe. Van nu af aan vormden de Jongmans de achterhoede en de Kruisboog de voorhoede. Zo marcheerden ze verder naar de Veemarkt, passerende voor het stadthuijs recht naer die prochiekerck. De schutters vormden nu een dubbele haag, van aen die groote kerckt recht den bergh afterwaerts. Hier moesten ze blijven staan, zonder één schot te lossen, tot de primus in de Sint-Germeinskerk had plaats genomen.
De kapitein van de Kruisboog marcheerde daarna met zijn compagnie naar de Kalvermarkt, waar hij zich moest posteren ontrent die drij conighen (dus aan dr. Herman Rock, Veemarkt 46). De kapitein van de Handboog stelde zich met zijn schutters op, ontrent den salm (nu de Gouden Schaar, nr. 6). De kapitein van de Kolveniers ging postvatten op de Botermarkt en de Jongmans ontrent den capiteijn van der aerent (vanaf huis nr. 26), maeckende fas, dus met het gezicht gekeerd naer het oudt stadt huijs. Dit vervallen stadhuis stond tegenover de huidige dekenij. Op een gegeven teken losten de schutters driemaal hun musketten. Na het einde van het Te Deum stapten de Jongmans als voorhoede de berg af tot aan het stadhuis op de Hennenmarkt (nu In 't Windmoleke, nr. 3) en vormden opnieuw een dubbele erehaag. Dit deden ook de andere schuttersgilden, om alzo primus Landeloos weer tussen hen te laten passeren tot in het stadhuis. De alferis plantte zijn veender of vaandel voor het stadhuis. De compagnie moest dan driemaal haar wapens lossen, waarna de ontvangst van Landeloos gedaan was. Voor de jubilaris, zoon van rijke Tiense ouders, lag een schitterende toekomst weggelegd. Het noodlot besliste er anders over. Het volgende jaar viel Jan Landeloos van zijn paard en stierf.

Bibliografie: Dr. P. Kempeneers, Thuis in Thienen, 1999.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional