Al meer dan 351.000 bezoekers!

Zijsprokkels

Nieuwste artikels

Zijsprokkel 23: Vergeten Tiense figuren

4. Jan Karel Huart, chirurgijn

In de Stadsinfo, Grote Markt 4, woonde eertijds de bekende chirurgijn Joannes Carolus Huart, die als eerste de keizersnede beschreef.
Meester-chirurgijn Carolus Huart en zijn vrouw Agnes Martinij kochten het huis van de erfgenamen van wijlen meester Adriaen Lamael. Hij stierf al in 1727 en liet vijf kinderen na: Wijnandus, Petrus, Dorothea, Joannes Carolus en de "onmondige" Anna Maria.
De oudste zoon, Joannes Carolus Huart, werd geboren op 19 juli 1715. Bij de dood van zijn vader was hij 12 jaar. Zoals Lutgart Vrancken in "Meneer Doktoor" schrijft, ging het de weduwe na de dood van haar man niet voor de wind. Agnes Martini, weduwe van wijlen sieur Charles Huaert, diende op 25 september 1741 bij de wethouders van de stad een verzoek in, om land uit haar bezit te verkopen. Zij had immers gereede penningen noodigh om de professie van haar zoon Petrus te bekostigen, die zich begeven had in de Religie onder d'order van den H. Vader Augustinus.
Na de dood van Agnes Martini op 25 november 1745 dienden de kinderen een aanvraag in, om het ouderlijk huis te mogen verkopen. Op 6 oktober 1749 verkregen zij hiervoor de toestemming. Op 30 oktober 1749 werd ten huize van Matthijs Kerremans, na voorgaende affixie van billetten ende proclamatie metter belle, de eerste zitdag gehouden. Bij gebrek aan kopers werd de verkoop uitgesteld. Op 6 november volgde de tweede zitdag. Wijnandus Huart bood 1500 gulden, maar de verkoop werd andermaal uitgesteld. Op 13 november 1749 ten slotte bood Dorothea Huart 650 gulden en daarna 700, maar buurman Patritius Loyaerts verkreeg het huis voor 701 gulden. Volgens het kerkelijk archief staat hier echter een fout. Het huis werd namelijk verkocht voor 1701 gulden. De volgende dag verklaarde Loyaerts dat hij het huis gekocht had voor Joannes Carolus Huart. Waarom Wijandus en daarna Dorothea eerst een bod deden op de woning, die hun broeder wou kopen, is mij niet duidelijk.
Op 3 februari 1738 verkreeg Jan Karel Huart de toelating om deel te nemen aan het chirurgijnsexamen. Als chirurgijn ging hij zich speciaal toeleggen op de verloskunde en de gerechtelijke geneeskunde. Huart huwde met Maria Anna Van Linter, die overleed op 3 september 1747. Op 9 juli 1749 hertrouwde Huart met zijn vier jaar oudere nicht Maria Theresia Crampen. Beide huwelijken bleven kinderloos.
In het jaar 1758 werd Huart door G. Delescaille, de hoofdmeier van Tienen, beschuldigd van het aanbrengen van slagen en verwondingen aan Jan Vanderlinden, eigenaar van een groot pachthof in de Kabbeekstraat. Het voorval vond plaats op 10 april 1758 in de Olifant, de herberg van Balthazar Godtgaffs. Deze herberg stond op geen 50 meter van het huis van Huart. Volgens de beschuldiging zou de chirurgijn het slachtoffer met een metalen blaaspijp aan het hoofd zodanig verwond hebben, dat een trepanatie nodig bleek. Jan Vanderlinden stierf op 12 mei van hetzelfde jaar. Er volgde een lijkschouwing die het oorzakelijk verband tussen de verwonding en de dood niet kon aantonen. De zaak werd derhalve waarschijnlijk geseponeerd.
Op 14 juli 1781 verkocht J.C. Huart zijn huis aan zijn collega Carolus Van der Arent, bejaerden jongman deser stadt ende meester Chirurgijn van sijnen stiel, voor de som van 3.350 gulden courant geld. Maria Theresia Crampen was zwaar ziek. Daarom stond in de overeenkomst volgende clausule. Was de echtgenote Huart op 10 januari 1782 nog in leven, dan zou de betaling en de aflossing uitgesteld worden tot na d'afleijvigheijt van zijn huisvrouw. Huarts vrouw stierf echter vijf dagen later, op 19 juli 1781. Jan Karel Huart mocht volgens de overeenkomst verder in het huis op de eerste verdieping blijven wonen, namelijk op de camer staende boven den winckel tegens de merckt. Jan Karel Huart overleed in Tienen op 1 juli 1785.
Huart werd vooral bekend door zijn werk over de verloskunde. Hij beschreef als eerste de keizersnede in zijn boek Enchiridion artis obstetricandi of kort begryp der vroed-kunde als oock de konst bewerkinge der keyserlycke snee (...), geschreven voor de opleiding van vroedvrouwen. Enchiridion is een Grieks woord voor handboek. Het verscheen in Mechelen in 1770 bij Joannes Franciscus Vander Elst. Drie jaar later verscheen het boek Tractaet ofte oordeel-kundige aenmerkinge over de beruchte keysers-snede, geschreven door P.J. Van Bavegem uit Baasrode. Deze wordt thans ten onrechte beschouwd als de eerste die de keizersnede beschreef. In het Tijdschrift voor Geneeskunde (15 okt. 1995) heeft prof. O. Steeno deze vergissing rechtgezet. De verwarring was ontstaan door pastoor-deken P.V. Bets, die het Enchiridion toeschreef aan Carolus Dominicus Huart, geboren in Neerlinter op 4 augustus 1750. Als 20-jarige kon deze het Enchiridion niet geschreven hebben. C.D. Huart werd trouwens pas op 13 juli 1774 tot licentiaat in de medicijnen gepromoveerd. Bets vergist zich dus in de persoon van C.D. Huart, die in werkelijkheid de zoon was van Winandus Huart, de jongere broer van Jan Karel.

Bibliografie: Dr. P. Kempeneers, Thuis in Thienen, 1999.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional