Al meer dan 351.000 bezoekers!

Zijsprokkels

Nieuwste artikels

Zijsprokkel 23: Vergeten Tiense figuren

2. Jan Hendrik Immens

Het stadhuis brandde in 1635 af. Andere plaatsen waren te klein geworden. Daarom besloot de stadsoverheid op 23 november 1711 tot het coopen ende Besorghen van een stadhuijs ten dienste deser stadt. Hiervoor werd uitgekeken naar een plaats op de Grote Markt. De drie kinderen van de familie Immens waren bereid om hun huis te verkopen.
Het huis van Immens was tot stand gekomen door samenvoeging van verscheidene eigendommen. Ik heb de eigenaars kunnen opsporen tot in de 14de eeuw.
De stadspensionaris, Jan Hendrik Immens, liet het huis op de Grote Markt na aan zijn drie overblijvende kinderen en hun aanverwanten. Zo kwam het dat burgemeester Vanden Berghe en Landeloos, in naam van de stad, het huis in drie keer moesten aankopen om er een nieuw stadhuis van te maken. Het eerste contract werd afgesloten op 11 december 1711, het tweede op 17 december 1711 en het derde op 23 januari 1712. Daarna moest zoals gebruikelijk driemaal een bod worden gedaan. Het eerste bod had voor de drie kinderen tegelijk plaats op 25 november 1712, het tweede op 9 december en het laatste op 23 december. Pas toen werd de stad eigenaar van het huis van Immens. De kinderen die het huis afstonden, waren respectievelijk: 1? vrouwe Joanna Immens met haar kinderen jonker Silvester de Crefft en vrouwe Helena de Crefft, 2? schildknaap Michael de Cascales en vrouwe Elisabeth Sophie de Lau "sa compagne", en 3? heer en meester Joannes Philippe Jmmens, zijn zoon sieur Joannes Otto Immens, zijn schoonzoon sieur Jacobus Persoens, en zijn zoon heer ende meester Joannes Franciscus Immens. Joannes Philippe Immens stierf kort na de ondertekening van de verkoopakte, op 18 januari 1713. Onmiddellijk daarop werd zijn zoon Joannes Otto als nieuwe stadspensionaris aangesteld.

Bibliografie: Dr. P. Kempeneers, Thuis in Thienen, 1999.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional