Al meer dan 351.000 bezoekers!

Zijsprokkels

Nieuwste artikels

Zijsprokkel 23: Vergeten Tiense figuren

1. Het domein van Leon Vandenbossche

Het domein van het voormalige Huis van den Toorne werd op 1 januari 1798 verworven door notaris Guillaume Crampen.
Toen Guillaume Crampen eigenaar werd van het Huis van den Toorne, stond hier geen gebouw meer. Het huis dat er nu staat en een tijd dienst deed als Stadsbibliotheek, werd opgetrokken na 1825. Waarschijnlijk rust het op de grondvesten van het verdwenen Huis van den Toorne.
In 1827 hoorde de nieuwe woning (in aanbouw) toe aan de weduwe de Pitteurs, geboren Pauline de Baré de Comagne. Na de dood van de weduwe de Pitteurs (Namen, 30 juni 1837) kwam het goed in handen van de familie Van den Bossche. Pierre Antoine vestigde zich hier met zijn gezin. Toen deze in 1851 overleed, erfde Eugène Vandenbossche het huis met aanhorigheden. Eugène bleef ongehuwd. Op 1 mei 1886 erfde Leon Van den Bossche de percelen G 246-247.
Na een succesrijke carrière in de diplomatie kwam Leon Vandenbossche zich definitief in Tienen vestigen. Hij legde zich volledig toe op de plantkunde. Lutgart Vrancken heeft hier uitgebreid over geschreven in de Brabantse Folklore. De collectie exotische planten, gekweekt in volle grond en in serres, groeide uit tot meer dan 3500 variëteiten. De hele verzameling van de Hortus Thenensis werd beschreven door Emile de Wildeman, doctor in de natuurwetenschappen, en in 6 delen uitgegeven tussen 1899 en 1909.
In het huidige Stadspark vinden we enkele merkwaardige bomen, waaronder een tulpenboom, een Japanse noteboom of ginkgo biloba, een scheefgegroeide catalpa of trompetboom en een valse christusdoorn.

Het uitgestrekte goed van Van der Linden in de Gilainstraat kwam al voor 1826 in het bezit van de weduwe van Emanuel Loyaerts. Deze familie had een bewuste aankooppolitiek gevoerd. Door het huwelijk met de familie Van den Bossche werd het familiale grondbezit van Loyaerts nog groter.
De Tiense suikergeschiedenis begint met Pierre Antoine Van den Bossche. Hij werd in Tienen geboren op 4 april 1785, huwde op 13 oktober 1813 met Albertine Henriette Florence Loyaerts en overleed in Tienen op 28 juli 1851. Pierre Antoine begon net als zijn vader als zoutzieder, maar stapte wegens te hoge belastingen op het zout in 1836 over naar de suikerfabricage. Op 16 mei van dat jaar bezorgde de Bestendige Deputatie hem de vereiste vergunning. Als vestigingsplaats koos hij dus de grond van de familie Loyaerts, eertijds het pachthof van Jan Van der Linden. Het opstarten van een suikerfabriek in de Kabbeekstraat was politiek gekleurd. Tienen kende in de jaren na de Belgische Onafhankelijkheid twee grote partijen: een katholieke en een liberale.
Op 14 april 1836 richtte de liberale en anti-klerikale Joseph Van den Berghe de Binkum, 32 jaar oud, een aanvraag aan de gouverneur om in Tienen met een suikerfabriek te beginnen. De toestemming werd hem verleend op 16 mei, op dezelfde dag waarop ook Van den Bossche zijn vergunning kreeg. Onmiddellijk kocht Van den Berghe een stuk grond op de "Groeve" in Grimde. Aanvankelijk durfden slechts 3 landbouwers hun velden met bieten beplanten. De vrees voor de katholieke machthebbers remde aldus de opgang van de suikerfabriek van de liberaal Van den Berghe.
Vier dagen vroeger dan de liberalen, namelijk op 10 april 1836, dienden enkele katholieke grondeigenaars, gesteund door burgemeester Frans Van Dormael, een aanvraag in om een concurrerende fabriek op te richten in de Kabbeekstraat. De initiatiefnemer was Pierre Antoine Van den Bossche.

Pierre Antoine Van den Bossche werd in 1851 opgevolgd door zijn weduwe en in 1861 door zijn 20-jarige kleinzoon Leon Pierre Charles Van den Bossche. Leon Van den Bossche was een product van inteelt. Hij was de oudste zoon uit het huwelijk van Octavie, de dochter van Pierre Antoine, en diens jongste broer Charles. Leon Van den Bossche was ook doctor in de politieke wetenschappen en bouwde onder Leopold II een succesrijke diplomatieke carrière uit. Het is deze Van den Bossche die eigenaar werd van het huidige stadspark. Op 24 oktober 1883 trad hij in Tienen in het huwelijk met de 42-jarige Ikbal Hanem Berzeg, weduwe van Kiarim Bey Kéchedji en geboren te Obough in Circassië in het Noorden van de Kaukasus. Het paar had mekaar leren kennen te Constantinopel. Ikbal stierf kinderloos te Tienen op 2 februari 1909. Leon stierf twee jaar later op 30 januari 1911.

Bibliografie: Dr. P. Kempeneers, Thuis in Thienen, 1999.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional