Een bekende TV-figuur is Ben Crabbé, de presentator van het
spelprogramma Blokken. Jaren geleden schreef een kijker een brief
waarin hij een opmerking maakte over het accent van Crabbé. Ben
was verwonderd en vroeg zich af, of je aan zijn accent kon horen dat
hij van Tienen afkomstig was. De anonieme schrijver had het echter
over het accent op de é. Deze werd in de Franse tijd toegevoegd zoals
in veel andere namen. De oorspronkelijke naam luidde immers
Crabbe, zonder accent. De naam komt van het schaaldier de krab.
Mogelijk was de Krab een uithangteken van een viswinkel, maar
waarschijnlijker is de verklaring van Fr. Debrabandere.
Middelnederlands crabbe is de bijnaam van een persoon, zo
genoemd "naar de eigenaardige manier van lopen". Debrabandere
geeft als oudste bewijsplaats in 1293 Woutre Crabs sone, uit
Evergem, en in 1398 Wouter Crabbe, uit Ingelmunster.
Ben is gefascineerd door namen. Telkens vraagt hij naar de
herkomst van de familienaam, soms ook van de gemeente. De
verklaring komt dan van een jury die niet in beeld komt. De oplossing
wordt onmiddellijk gegeven. Deze komt uit het intussen wel bekende
boek van dr. Frans Debrabandere: Woordenboek van de familienamen
in België en Noord-Frankrijk. Het verscheen eerst in 2 delen bij het
Gemeentekrediet in 1993 en werd in 2003 herdrukt en in 1 deel
uitgegeven door L.J. Veen in Amsterdam/Antwerpen. Aanvullingen
kan de auteur niet meer aanbrengen. Er komt immers geen herdruk.
Daarom verzamelde Debrabandere een aantal "corrigenda en
addenda" in een artikel dat in 2007-2010 verscheen in het laatste
nummer van het tijdschrift Naamkunde (blz. 1-9).
Voor de verklaring van gemeentenamen beschikt de jury thans
over het boek De Vlaamse Gemeentenamen (DVG), in 2010
uitgegeven door het Davidsfonds. Het vervangt het verouderde en in
het Frans geschreven boek van Albert Carnoy uit 1948. Aan DVG
werkten 6 personen mee, allen lid van de Koninklijke Commissie
voor toponymie en dialectologie (KCTD). Alfabetisch: Frans
Debrabandere, Magda Devos, Paul Kempeneers, Vic Mennen, Hugo
Ryckeboer en Ward Van Osta. Van dit boek verscheen een mooie
uitgave, 25 bij 17 cm groot. Daarnaast zorgde het tijdschrift Knack
voor de verkoop op pocketformaat, verkleind maar met dezelfde
inhoud en uitzicht. In tegenstelling tot het Zwitserse namenboek (een
kanjer!) in 3 talen, handelt DVG enkel over de gemeentenamen in
Vlaanderen en Brussel. Voor Wallonië wensten de Franstalige leden
van de commissie eerst nog veel wetenschappelijk werk te leveren.
Bovendien werd de omvang van DVG beperkt door efficiënter
gebruik te maken van de verklaringen. Een voorbeeld. Het element
beek in namen als Holsbeek, Glabbeek, Spalbeek, Tollembeek, wordt
slechts één keer uitgelegd in het lemma beek. Bij Glabbeek verwijzen
we dan naar dit woord, cursief en vetgedrukt. Ook de lemma's zelf
zijn eenvoudig samengesteld. Eerst komt het trefwoord, met in
afkorting de naam van de provincie en de dialectische uitspraak in
fonetisch schrift. Vervolgens komen de oudste attestaties en dan de
verklaring. Sommige namen dateren al van lang voor Christus, maar
werden pas veel later in een geschrift bewaard. Soms moet je ook hier
oppassen. De oudste vorm van Tienen dateert niet van 872, maar werd
frauduleus toegevoegd in een kopie van de bewuste akte. Hakendover
komt niet voor in 690. Dit is een fictieve datum uit een legende over
de stichting van de kerk.
Met de huidige stand van de taalwetenschap zijn veel namen
correct te verklaren. Op- en Neervelp komen van de riviernaam
Felepa, een samenstelling van felwa en apa, "het wilgenwater".
Andere namen zoals Tienen en Leuven zijn zeer oud, misschien
Keltisch? Om discussies te vermijden over de aanwezigheid van
Kelten in onze regio, noemen de samenstellers zulke namen
Voorgermaans.
Dr. P. Kempeneers.