In Tienen gebeurde het vroeger wel eens dat een lid van een
aanzienlijke familie zichzelf jonker ging noemen. In het privé-
archief van dr. H. Jacobs (nr. 698) vinden we twee bekende
voorbeelden: de familie Vanden Berghe de Binckom en Van
Ranst. In een lijvig dossier, getiteld "Billet van Emploij in forme
van Thoon" uit 1782-1784, komt Van Ranst zijdelings ter
sprake, als een voorbeeld van het onterecht gebruik van
adellijke titels in Tienen. De opsteller haalt het grafschrift aan
van de familie Van Ranst in de Sint-Germeinskerk binnen
Tienen. Dit monument, "met acht quartieren verciert", vertelt dat
Van Ranst afstamt van de heren van Mechelen. In werkelijkheid
was Adriaen van Ranst die met Anna van Winde getrouwd was,
de zoon van Jan van Ranst. Volgens de rekeningen van de
Tiense Armentafel van 1492-1493 was Jan van Ranst een
Tienenaar die een winkel had "van specerijen, pampieren
etcetera" (698/3, nr. 146). Van enige adeldom was geen
sprake. Meer nog. In nummer 88 van het Billet haalt de
opsteller aan, dat de stadsrekeningen werden vervalst. Bij
Adriaen van Ranst lezen we immers dat deze was "canefas
vercoopende", terwijl het woord ridder er "opentlijck" was aan
toegevoegd. Van Ranst is in Tienen bekend vanwege de huizen
op de Wolmarkt. In 1653 werd Peter van Ranst de nieuwe heer
van Zuurbemde. Hij stierf in 1693 en liet zijn goederen na aan
zijn dochter Maria Catharina van Ranst. Deze was op 23
september 1682 getrouwd met Joris de la Viefville, baron van
Steenvoorde. De baron verkreeg ook de huizen Van Ranst op
de Tiense Wolmarkt, zodat deze straat in de volksmond
Baronnekensberg werd genoemd.
Dr. P. Kempeneers.