Tijdens de schooljaren 1986-1987 organiseerde ik in De Nobel een
cursus Esperanto. Bert Boon behaalde er een officieel diploma. Boon,
geboren in Molenbeersel (gemeente Kinrooi) op 30 mei 1948, bleef
met de internationale taal bezig en stichtte in 1992 de vereniging La
Hirundo (De Zwaluw). Meer nog. Ter gelegenheid van het Willem
Elsschot-jaar vertaalde hij Het Dwaallicht onder de titel Kiel
Vaglumo. Kiel betekent "zoals" en Vaglumo is een samengesteld
woord. Vag is de stam met de betekenis "zwerven, dwalen" en in lumo
herkent wel iedere verstandige burger "licht". Het boek werd officieel
voorgesteld op het Tiense Stadhuis op vrijdag 12 november 2010.
Esperanto is in 1887 door Zamenhof samengesteld om als tweede,
gemeenschappelijke taal te dienen voor de hele wereld. Critici zeggen
dat deze taal niet deugt. Gewoonlijk stel ik de vraag: Hoe zeg je in het
Esperanto "Het weer is goed". Ik krijg er nooit antwoord op. Hoe kan
iemand over een taal oordelen zonder er één woord van te kennen?
Daarom een woordje uitleg. Zamenhof hield zich aan 2 grote
principes. 1) Hij putte uit de voorraad van de Europese woordenschat.
In de praktijk komen zijn "stammen" uit de Romaanse en de
Germaanse talen. Daarom zijn veel stammen voor elke Europeaan
herkenbaar. Voorbeeld paroli "spreken" en trinki "drinken". 2) In
natuurlijke talen ontstaan vanzelf uitzonderingen op grammaticale
regels. In het Esperanto niet. Het kent bv. slechts 1 meervoud door
toevoeging van een -j. Tablo is een tafel, tabloj zijn tafels. De spelling
is eveneens eenvoudig. Vijf letters kregen een "dakje" (een accent
circonflexe): c, g, j, h en s. Niet elk toetsenbord kan het dakje op de
letter zetten. Daarom kozen moderne Esperantoschrijvers voor een
simpele oplossing: ze vervangen het dakje door een h. Voorbeeld:
ghardeno (lees: dzjardeno) betekent tuin.
Dr. P. Kempeneers.