Al meer dan 722.000 bezoekers!

Nieuwste artikels

Tiense Sprokkel 279: Een kolfdrager en een kerel

De verklaring van een familie- of straatnaam levert dikwijls moeilijkheden op, als men uitgaat van de huidige schrijfwijze. Een mooi voorbeeld in Aarschot is de Kelverstraat op de grens met Langdorp. Kelver kan een dialectische vervorming zijn van "kervel". Dat zou in Aarschot niet zo gek klinken, vermits daar ook een Peterseliestraat is geweest. Als je echter systematisch in het archief de oude vormen noteert, vind je al vlug de echte betekenis.

Al in 1655 komt de vorm met e voor: "den brembergh in het keruelstraetken" (lees: kervelstraatken), maar in 1687 ook "het keluerstraetken". Verder in de tijd komt de oorspronkelijke o te voorschijn. Kolvenmaker Rond 1480 bezaten Pauwels Laermans en Willem Daems anderhalve dagmaal "winnens lants by die coluer strate". En nog in 1541 komt dezelfde Pauwels Laermans voor als de eigenaar van "coluers huijse", gelegen langs "die coluerstrate". Nog verder in het verleden vinden we in 1361 "den coluers hof", een boerderij die toebehoorde aan Gord vanden Ekelhove en Jan van Lovene de vleeschouwere. In 1541 was de boerderij al verdwenen. Toen was Colvershuis "nu altemael lant". De oorspronkelijke eigenaar heette dus Colver, een beroepsnaam voor een kolvenmaker of kolfdrager.

De familienaam De Caerlé werd in 1998 nog gedragen door 48 personen. Het accent is er pas "recent" bijgekomen, niet veel jaren voor 1800. In het bekende Woordenboek van Familienamen is Decaerlé (en varianten) volgens Debrabandere een verhaspeling van De Ka(a). Hij steunt hiervoor op een artikel in Het Oude Land van Aarschot (jaargang 1975-1976). Het is mogelijk dat De Ka is aangepast aan De Caerle, maar De Caerle zelf is veel ouder. In mijn materiaal over Aarschot vond ik al in 1480 Goert de Kaerle, in 1597 geschreven de Caerel en in 1601 de Caerle. In de volkstelling van 1747 komt Emanuel de Caerle voor, in 1755 geschreven de Carel. De Caerlé gaat terug op De Caerle zonder accent en is een Brabantse variant van De Keerle. Debrabandere verklaart deze naam als een bijnaam voor een kerel, dit is "een vrij man die niet tot de ridderstand behoorde". Accenten maken trouwens sommige namen ondoorzichtig. Zo verdoezelt het accent op Crabbé of Krabbé dat een vroege stamvader eigenlijk Crabbe of Krabbe heette, een bijnaam voor iemand die liep als een krab.


Dr. P. Kempeneers.

Verschenen in de Publipers op donderdag 5 maart 2009.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional