Al meer dan 706.000 bezoekers!

Nieuwste artikels

Tiense Sprokkel 250: Het echte Hof van Bunsbeek (1/2)

Gedrukte bronnen verschaffen ons niet altijd de juiste informatie over het verleden. Zo worden in Bunsbeek twee pachthoven met elkaar verward: het Pachthof van Heilissem bij de kerk, nu bekend als het Kasteel Henderiks, en het echte, voormalige Hof van Bunsbeek, nu het Kasteel Leyssens in de Schoolstraat. Nogal wat geschiedkundigen beperken zich tot wat afschrijverij uit gedrukte bronnen en serveren ons aldus wat opgewarmde kost. Satellietbeeld van de kastelen Naast de kerk van Bunsbeek bezat de abdij van Heilissem uitgestrekte goederen. In 1245 was de boerderij naast de kerk in het Latijn al bekend als Curia monachorum, dus als het Pachthof van de monniken. Gewoonlijk vinden we in het archief gewoon de aanduiding “pachthof’, dat toebehoorde aan de abdij. In 1617 wordt de boerderij omschreven als “een huijs ende hoff metten wouwere [= vijver] ende een groote beslote blocke”, gelegen naast het kerkhof. In 1659 werd het pachthof gemeten. Het bestond toen uit meer dan 41 bunders winnend land en meer dan 18 bunders weiden. Het pachthof zelf had in 1700 een oppervlakte van 10 dagmalen en 76 roeden, en grensde aan het kerkhof en aan de straat in vier zijden.

Landmeter J. Anciaux tekende in 1742 het grondbezit van de abdij uit op een kaart. Deze kaart is in het rijksarchief van Brussel geklasseerd als Kaarten en Plans in Handschrift (KPH) nr. 907, en raadpleegbaar op microfilm 3173. In 1944 schreef Jan Lindemans in het tijdschrift Eigen Schoon en de Brabander een artikel over de pachthoven van de abdij van Heilissem. Lindemans kon mooi tekenen. In zijn fantasie illustreerde hij zijn tekst met een eenvoudige tekening met een kerkje, een boerderij en een paar weggetjes. Deze tekeningen staan niet op het plan van Anciaux! Latere afschrijvers omschreven de tekening ten onrechte als de oudste afbeelding van de kerk in 1742. In werkelijkheid maakte Lindemans zijn schets in 1944.

(Wordt vervolgd).


Dr. P. Kempeneers.

Verschenen in de Publipers op donderdag 30 augustus 2007.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional