Al meer dan 691.000 bezoekers!

Sprokkels 151-200

Nieuwste artikels

De autochtonen van Oorbeek (3/3)

In het bezit van weide B 30 aan de Mene werd heer Florijs Jannen na 1400 opgevolgd door Michiel Nijs, en na deze kwamen Florijs Wijchmans, Jan Tollere, Symon van Schoere en Peter de Wilde. In het cijnsboek leren we aldus de namen kennen van de autochtonen die Oorbeek in de 14de en 15de eeuw bevolkten.

De weide ernaast (nu B 31) richting Hoksem hoorde toe aan Renier vanden Broeke. Zijn voorgangers waren: Wouter Heymans de jonge, Wouter Cauwersijns, Elisabeth de Palude (= vertaling van Vanden Broecke), Jan Reyniers en Reynier van Bevekeem (oudere vorm van Bevekom, in het Frans Beauvechain). Met deze laatste zitten we al de 13de eeuw.

Het is onjuist te beweren dat heel Oorbeek toebehoorde aan de familie Van Oorbeek. De abdij van Vlierbeek bezat in Oorbeek veel akkers en weiden, namelijk 60 bunders. Volgens een cohier opgesteld in 1685 was Oorbeek 212,5 bunders groot. Omgerekend hoorde 28 % van Oorbeek toe aan Vlierbeek. Het cijnsboek van de hertog gaat enkel over de weiden, die een groot deel van het areaal uitmaakten. Er komen in het cijnsboek dus namen genoeg voor, naast de familie Van Oorbeek om de oudste familienamen te kunnen optekenen.

Ik citeer zo, buiten de Abt van Vlierbeek, Vranck Gielis die een weide bezat op Bijgaarden, die voor hem had toebehoord aan Vranck Yliaes en Gielis van Velme. Daarna komen als bezitters voor: Wouter Vernoyen, Jan Vernoyen en Gort Minnen. In 1532 had Goerdt van Herbergen een paenhuys (brouwerij) gemaakt. Volgens latere aanduidingen stond dit paanhuis op de hoek van de Engelbeekstraat en de Oorbeeksesteenweg, richting Tienen (dus niet in nummer 199). Begin 18de eeuw was dit paanhuis verdwenen. Het cijnsboek van 1734 noemt het: een block nu bempt daer een paenhuys placht te staen.

Naast Rixen van Oorbeek citeer ik nog Vrancke Cluetinc en voor hem Petrus Honghe, ook geschreven Huyghen, en verder Willem Say en Frissen. Deze bezaten twee bunders beemds gelegen omtrent de molen van Grijpen. Ten slotte vond ik als oudste bewoners in de 14de-15de eeuw: Floris Marcielien, Librecht Poirtere, Katherina Lanen, Peter de Witte, Geert van Lijseem, Willem Gesellen, Art Mantel, Otte Hardmans, Jan Drayere, Wouter Ordels. De genoemde Willem Gesellen was trouwens de oprichter van het oudste paanhuis in de hoeve, nu Sint-Jorisstraat 30.


Dr. P. Kempeneers.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional