Al meer dan 691.000 bezoekers!

Sprokkels 151-200

Nieuwste artikels

De autochtonen van Oorbeek (1/3)

Wie is de oudst bekende inwoner van Oorbeek? Om deze vraag te beantwoorden gaan we terug tot het jaar 1095. Het is de tijd van de Kruistochten en nog twee eeuwen voor de Guldensporenslag. Gualcherus was toen bisschop van Kamerijk. Kortenberg hoorde op kerkelijk gebied tot zijn jurisdictie. In een akte op perkament liet de bisschop de kerk uit de bisschoppelijke jurisdictie ontslaan en voegde hij ze toe aan de aldaar gevestigde kloostergemeenschap. Het stuk werd door verscheidene getuigen mede ondertekend. Onder de ondertekenaars vinden we Boudewijn van Oorbeek.

De bewuste akte is bewaard in het rijksarchief te Bussel onder het nummer 5885/1 P. Het perkament is 18,4 cm hoog en 28,5 cm breed. De tekst werd al in 1950 uitgegeven door de professoren Gysseling en Koch, in een boek dat alle bewaarde handschriften bevat van voor het jaar 1100. In een tweede deel zijn de reproducties van de handschriften samengebracht.

Terug naar Oorbeek. De voertaal in de 11de eeuw was Latijn. Boudewijn is dus vertaald als Balduinus. In het bewuste perkament staan de namen van de getuigen in de genitief, achter het woord Signum. We lezen dus Signum radulfi archidiaconi, Rothardi archidiaconi, Lamberti prepositi, enz. en verder Balduini de Orbecca. Dus: handtekening van Boudewijn van Oorbeek. In deze akte van Kortenberg staat tevens de oudst bekende vermelding van de naam Oorbeek.

Op 8 september 1191 werd aartsdiaken Albertus van Leuven bevorderd tot bisschop van Luik. Aartsdiaken Reinier nam de plaats in van Albertus en acteerde de beslissing ten gunste van de abdij van Tongerlo aangaande het bezit van de helft van de kerk en van de grote tiende te Oorbeek. De tekst is door Erens uitgegeven in 1948 als handschrift 40 (in het Toponymisch Woordenboek van Gysseling staat verkeerdelijk 39). De verklaring is mede ondertekend door Heinric van Oorbeek en zijn schoonbroer Geert. In het handschrift zijn het "zekere edellieden" of in het Latijn: quosdam nobiles videlicet Heynricum de Orbeke et ejus sororium Gerardum.

In 1875 citeert rijksarchivaris Alphonse Wauters ook een zekere Lambertus de Orbaica. Al voor 1156 schonk deze aan de abdij van Vlierbeek goederen die gelegen waren in Oorbeek en Binkom: de kerk, weiden, bossen, enz. In 1160 zou Everardus de Orbecca de afstand van deze goederen bekrachtigen. Tot op heden heb ik de originele akten niet teruggevonden.


Dr. P. Kempeneers.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional