Al meer dan 722.000 bezoekers!

Sprokkels 51-100

Nieuwste artikels

Klein Parijs en de Buffelse Kolder (2/2)

Enkele jaren later stond er weer een "loffelijk" huis op, dat in 1654 toebehoorde aan Franchois Coenen. Deze verkocht het nieuwgebouwde huis met de tuin op 26 augustus 1654 aan Aert Meuris, die het nog bezat in 1662. Na zijn dood liet hij het na aan zijn weduwe. Wellicht kon zij de lasten op het huis niet dragen, vermits het bij evictie overging naar "Zijne Majesteit". Uiteindelijk werd de woning gekocht door Jan Raymaeckers stadts bode.

Als latere bezitters van dit huis vond ik Martinus Hennus (1715-35), daarna zijn weduwe (1745), Michel Willems (1796-1837) en Jean Emmanuel Warnau accoucheur (vroedmeester) in 1860. Deze werd in Tienen geboren op 13 februari 1802, als zoon van Jean Warnau, secretaris van het Weldadigheidsbureel van de stad, en van Marie-Anne Vanroelen. Jean Emmanuel huwde op 17 mei 1838 met Marie-Thérèse Vangehuchten en woonde een tijd in bij zijn moeder in de Oudekleerkopersstraat 14 (nu nr. 11), en later op de Veemarkt 32 (nu nr. 31). Hij was doctor in de heelkunde en verloskundige.

2° Terug naar de Buffelse Kolder. Deze eigenaardige huisnaam komt in Kortrijk voor als den Buffenkulder. Een buffelse kolder was een wambuis zonder mouwen of harnas van buffel, eertijds de naam van een gazelle.

Na Hendrick de Groote ging de Buffelse Kolder naar Laureys de Groote en dan naar zijn erfgenamen (1639). Op het huis stond een rente van 14 rinsguldens, verachtert van dry jaeren. Daarom werd er een klacht neergelegd. De conde werd op 16 mei 1642 gedaan aan Hendrick Lambrecht als huerlinck en aan Hendrick de Groot als oom van de erfgenamen van Laureys de Groot. Op 21 juli 1655 verkochten Henrick en Catlyn de Groot, kinderen van wijlen Laureys de Groot, hun huis aan Jan Raemaeckers. Op dat ogenblik heette het seker huijs met eene schildije ... genaempt den buffelschen ceulder. Raymaeckers werd opgevolgd door zijn weduwe, die den buffelschen kelder (1689-1709) naliet aan Jacobus Rutters (1735).

Recentere bezitters waren: Antoine Willems (1796), Michel Willems (1800) en Adrien Bertrams uxoris nomine, een zilversmid die nog vermeld wordt bij Popp in 1860.

De huidige perceelsindeling komt niet helemaal overeen met de vroegere toestand. Zo is de tuin van de opticien Vanistendael door aankoop en herverdeling veel groter geworden.


Dr. P. Kempeneers.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional