Al meer dan 691.000 bezoekers!

Sprokkels 51-100

Nieuwste artikels

Een taaie Papegaai (G 293-294)

Het huis Tiercé Franco-Belge met als bijschrift Leisure Investments, Leuvensestraat 1, en de stoffenwinkel Ing-Mar fashion, op nummer 3, vormden eertijds een huis: de Papegaai of het Papegaaiken. In het begin van de 17de eeuw had het Papegaaiken nog dezelfde eigenaar als het Gulden Hoofd (Grote Markt 1) en het Verken (Grote Markt 2). Deze eigenaar was Jacob Willemaers of Wilmaerts. Daarna gingen het Gulden Hoofd en het Papegaaiken over naar andere bezitters. Toch moet Jacob Willemaers op beide huizen nog rechten hebben gehad, vermits hij in 1637 de twee woningen tegelijk liet beklagen. In deze klacht vernemen we dat het huis geheten den papegaye toebehoorde aan de wezen en de erfgenamen van wijlen Geraerdt de Waerseggere. Het grensde toen aan het huis van Wouther Goossens, eigenaar van het Gulden Hoofd, en de Zwaan (nu Leuvensestraat 5-7-9). Het Cijnsboek van Heer en Rivieren behandelt het Gulden Hoofd en de Papegaai samen. Hierbij betaalden twee bezitters elk de helft, namelijk Jan Goessens en de erfgenamen van Gerard den Waersegger voor hun huizen, het een het gulden hoofft gelegen op den dries tegen ouer den aspoel... het ander genaempt het papegaijken. De Waersegger wordt in de Papegaai opgevolgd door François Dillen en in 1675 door de weduwe van gemelde Dillen. Hierop volgde Frans Coenen, maar van dan of ontbreken de nodige documenten om de volgende bezitters te kennen.

In 1796 hoorden de twee huizen die samen het Papegaaiken vormden, nog altijd toe aan een eigenaar, namelijk Henri Marnef. Deze werd van omstreeks 1800 tot na 1826 opgevolgd door de brouwer Jean Baptiste Marnef die zelf in de Langestraat woonde.

Tussen 1834 en 1837 ontmoeten we als de bezittter Leonardus Nyssens, die in 1860 vervangen werd door de koperslager Dieudonne Cassart. In 1935 woonde in nummer 1 de tabakshandelaar Felix Parengh en in nummer 3 de dames- en herenkapper Gaston Paternoster.

De naam Papegaai kwam volgens Vande Weghe in Antwerpen tweemaal voor. Voor Kortrijk noemt Van Hoonacker de herbergnaam Papegaai in de Papenstraat, die in 1795 verkeerdelijk werd vertaald als Rue du Perroquet, en na de Franse tijd hervertaald werd als Papegaaistraat. In Lier troffen we dan weer Drie Papegaaikens aan in de Lisperstraat. In Nederland was de Papegaai eveneens als uithangteken bekend. Al in 1394 hing de Papegaai uit aan een papiermolen in Gelderland. Ook de vermaarde Amsterdamse burgemeester Joost Buyck, schrijft Van Lennep, woonde in de Papegaai, en in 1868 kwam het teken in Amsterdam voor aan de gevel van een katholieke kerk in de Kalverstraat. Dat de Papegaai dikwijls voorkomt aan herbergen, is te verklaren door het vroeger alom bekende Papegaai-schieten. Terwijl de Papegaai in de Leuvensestraat verdween, dook hij rond 1935 weer in de vroegere Kabbeekstraat op. Het was de naam voor de herberg van de ouders van Albert Vandersteen.


Dr. P. Kempeneers.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional