Al meer dan 706.000 bezoekers!

Boek Landen

Leven in Landen is de poëtische titel van een grondige toponymische en geschiedkundige studie over de stad Landen.
Over Landen bestonden weinig gedrukte publicaties.
Vanzelfsprekend ging Kempeneers op zoek naar het oudste archiefmateriaal. Het resultaat van zijn arbeid is een vlot lezende studie met 30 overzichtelijke kaarten van het Landense grondgebied.


U kan "Leven in Landen" bestellen via deze website.

Residentie De Horen (2/2)

In een vorige sprokkel vertelde ik dat de Horen ontstond uit de vereniging van verscheidene panden.

4° Het laatste pand dat bij de Horen werd ingelijfd, komt overeen met de tuin A 1455. In de 16de eeuw stond er nog een huis op, dat toebehoorde aan Luytgaert Willems. Na deze kwamen Pauwel Simons en Marten Michiels elck in de helft. Op het pand stond een cijns van 15 deniers 2 obelen en 3 kapuinen. Jan Thiry betaalde hier bovenop circa 1610 nog een obel van een bert vuyt te hangen. Het is jammer dat de rentmeester niet vermeldt welke naam op dit uithangbord stond. Jan Thiry werd eigenaar van de Horen en vergrootte aldus de herberg met het achtergelegen huis, dat werd afgebroken.

5° Hoewel de Horen vergroot was, komen dikwijls twee eigenaars voor. Zo vond ik rond 1610 heer Peeter Loyaerts II en Thiery de Commenen elck jnde helft van huyse ende houe ... geheeten den horn. Hierop volgde Geert Loyaerts II, bijgenaamd van ouerwinde, vervolgens Jan Thiry en voor korte tijd de Tafel van Nederwinde, die de hele Horen bezat. Daarna zijn er weer twee bezitters: in 1656 Jacob Ponsaerts en Jacqs Lalleman, vervolgens Joos Ponsaerts en Matthys Vouwe de Jonge, en ten slotte de weduwe Hommelen, die de eigenares was van de hele Horen. Daarna bleef de Horen één geheel.

Dat het in de herbergen van Landen niet altijd rustig aan toe ging, vond ik in de rekeningen van Jacques de Waele. Deze noteerde de inkomsten van criminele zaken tussen 1605 en 1612. Zo inde hij een boete van 1 denier van twee luyckenaeren die doer Landen passerden ende droncken waren ende alsoe twistighe worden hadden met Adriaen callen ende met eenen stock dreygden te slaen.

Ook het huis naast de Horen had een naam: de Roos. Het erf waaruit later de Roos zou komen, lag op de hoek tussen de Markt en de Bornsteeg. Dit grote pand werd gesplitst in: 1° A 1452-1454 en A 1456, en 2° de Roos op de hoek A 1457-1458. De Roos komt nu overeen met Hoogstraat 4, het lange hoekhuis met de bakkerij van A. Herbots-Nijs, Kerkstraat 31 en huis nummer 33.

Dit domein hoorde rond 1375 toe aan Franco Riken. Deze betaalde voor zijn huis op de Markt (de domo supra forum) 19 deniers en 2,5 kapuinen en een bijkomende obel voor de ingang van zijn kelder (de introitu penoris sui). Na 1410 is Franco opgevolgd door Amelryc vanden Berge en vervolgens door Daniel Kielaerts. Kielaerts komt nog voor in het cijnsboek van circa 1480 met zijn huys ende houe opte merct ende opten horinck [= de hoek] vander grooten straten. Op dat ogenblik was het hoekhuis al gesplitst. De cijnsboeken geven nog lange jaren twee bezitters op, één voor de helft (aan de Bornsteeg) en één jnde wederhelft (de Roos).

In 1482 is Kielaerts opgevolgd door Bertelmeus of Meus Rosen, die nog vermeld wordt in 1509 met zijn huis en hof opten merct ende opten hoeck vander groet straten. Naar het einde van de 16de eeuw toe heeft het huis een naam: de roose. De Roos is een zeer verspreide herbergnaam, ontleend aan de heraldiek. Peeter Stiers was toen eigenaar jnde wederhelft van het pand tussen Markt en Bornsteeg (namelijk van de Roos), terwijl de eerste helft (naast de Bornsteeg) toebehoorde aan Hendrick de Cat de Jonghe. Van Stiers ging de Roos naar Gielis Salemons. In 1619 lag de Roos helemaal af. In dit jaar aanvaardde Adriaen Staels ten erff-cheynse () een ledige plaetse ende erffue daer eertydts een huys placht op te staen geheeten de Roose. Staels kon de puinhoop uitwinnen voor 15 1/2 deniers, 1 1/2 brood en 2 kapuinen.

Goort Goijmans was de volgende bezitter van het braakliggend erf. In 1665 lieten Goijmans en zijn echtgenote Magdalena van Corswarem onbejaerde kinderen achter. Samen met hun Paanhuis in de Attenhovenstraat verkochten de vaederlycke ende moederlycke oomen Peeter Leemans en Hendrick del Vil op 6 november het plexken Erffue daer eertijts een huijs op gestaen heeft genaempt de Roos aan Guilliam Thibau. Guilliam overleed op 6 oktober 1693 en liet de Roos na aan zijn weduwe, die nog vermeld wordt in 1718. De Roos bleef daarna nog lange tijd in handen van de familie Thibau. Zo vond ik nog in 1833-1847 als eigenaar Guilleaume Tibeau, bijgenaamd de Oude. In 1876 is de Roos al gesplitst. De noordzijde of Kerkstraat 33 hoorde toe aan landbouwer Jean Dullen, de hoek of Kerkstraat 31 aan de blikslager François Sproockels.


Dr. P. Kempeneers.

Verschenen in Publipers, 1999-2000. Ook in: OLE nr. 57 (1 juni 2000), blz. 4-17.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional