Al meer dan 726.000 bezoekers!

Nieuwsbrieven

Publicaties

Nieuwe publicatie: De Vlaamse Waternamen - Deel 2

Waternamen 2
 
Bij uitgeverij Peeters in Leuven verscheen het tweede boekdeel van het woordenboek dat de namen beschrijft en verklaart van de waterlopen in Vlaanderen en Brussel. Het unieke tweedelige werk vult in ons taalgebied een grote leegte op. Het laat ongeveer 9000 rivieren en beken de revue passeren. Het biedt een wetenschappelijk verantwoorde taalkundige verklaring van hun namen, met opgave van de oudste vermeldingen en alle betrouwbare literatuur. Voor de ge´nteresseerde leek is het lexicon een vlot leesbaar werk, voor de onderzoeker een onontbeerlijk naslagwerk.

In het eerste deel kwamen de provincies Antwerpen, Limburg, Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan bod. In het tweede deel worden de waterlopen besproken in Oost- en West-Vlaanderen.

De redactie kon bij haar werk rekenen op de medewerking van de Vlaamse Milieumaatschappij. De auteurs raadpleegden tevens de Atlassen der Waterlopen, opgemaakt volgens de wet van 1877, alsmede de licentiaatsverhandelingen en doctorale proefschriften aan de universiteiten. Voor het tweede deel waren de medewerkers Paul Kempeneers, Karel Leenders, Vic Mennen en Luc Van Durme. Het zijn allen leden van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie.

De publicatie telt 533 pagina's, bevat 29 illustraties in kleur. Het alfabetisch register van de gemeentenamen maakt het uitgebreide materiaal vlot toegankelijk. ISBN-nummer 978-90-429-3556-3. De publicatie kost 35 euro.

Bestel hier...

Nieuwsbrief april 2018

Zijsprokkel 143: Verdronken in de Gete (1729)

Op 1 september 1729 onderzocht chirurgijn Henrick Tielens een dode vrouw. Zij was de echtgenote van Lindekens uit Oplinter. Volgens het onderzoek was ze verdronken in de Gete. Bron: Schepengriffies 5215 (RA Leuven).

Tekst

Op heden desen eersten september 1722 hebben J. van Linthere ende Anthoen Trullens, Schepenen der heerlijckheijt van Neerlinter, beneffens meester Henrick Tielens chirurgijn van sijnen stiele, ter instantie van Sieur Richard van Cruijwinckel meijer der voorschreven heerelijckheijdt, ons getransporteert op de reviere genoemt de geete loopende door den voorschreven dorpe op het rapport aenden voorschreven meijer gedaen, dat jnde voorschreven was liggende een vrouwen doodt lichaem welck lichaem in onse presentie door den voorschreven chirurgeijn gevisiteert sijnde, heeft ons verclaert dat hij aent selve geene de minste contusie oft quetsuere en heeft bevonden dan dat de selve was verdroncken soo ende gelijck het selve aen ons is geblecken, alswanner is gecomen Sieur Lindekens jngesetenen van oplinter den welcken ons verclaerde de selve te wesen sijne huijsvrouwe die hij van sondagh te voren, wesende den 28en augustij lest leden hadden gemist. T'oirconden hebben wij dese door onsen secretaris laeten teeckenen.
(Getekend) A. vanden Berghe Secretaris.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional