Al meer dan 691.000 bezoekers!

Nieuwsbrieven

Publicaties

Nieuwsbrief december 2017

Tiense Sprokkel 389: Helleken en Mulkenblok in Hoegaarden

Op een kleine weg moet soms een karwei worden opgeknapt. Er ligt bijv. een omgevallen boom die de brandweer moet helpen verwijderen. De plaats wordt dan omschreven: Ga naar de Leuvenselaan, aan de Galgestraat heb je rechts een klein wegje. Zo een 300 meter verder, enz. Daarom is het een goed idee om ook kleinere wegen een naam te geven. Dat heb ik samen met de h. Wilmaers van de Technische Dienst van Tienen al 25 jaar geleden gedaan. Zo heeft Tienen meer dan 200 straatnamen bijgekregen. Men kan het probleem van naamgeving voorleggen aan een cultuurraad. Die moet dan wel op zoek gaan naar de nodige documentatie. Moerassig gebied

 
Voor mijn boek over de Hoegaardse Plaatsnamen (1985, 342 blz.) heb ik officiële bronnen zoals de Atlas der Buurtwegen geraadpleegd, naast veel andere archiefstukken uit het kerkarchief, hertogelijke cijnsboeken en schepengriffies. Hierdoor was het mogelijk om verbasteringen te verklaren. De naamgeving voor de voetpaden in Egypte en Nerm is eenvoudig. Neem het Helleken. Dit is het voetpad nr. 184, de verlenging van de Helstraat naar Egypte. Het is thans de naam voor het rechtgetrokken Mulkenblokpad. Het eigenlijke Helleken is grotendeels verdwenen. Het liep ten noorden van de Beek naar Egypte. Hel en Helstraat zijn voor een toponymist bekende begrippen. Hel uit Germaans *haljo betekent laaggelegen, moerassig gebied. Omdat de h in het Hoegaards niet wordt uitgesproken, ontstond de vorm Delleken. Het (h)elleken werd dus het Delleken.

Het Mulkenblokpad is het voetpad nr. 187, dat een bocht van de Beek doorheen het Mulkenblok afsnijdt. Het laatste deel is thans rechtgetrokken tot aan de Helstraat (Valleistraat). In de Atlas heet het pad in het Frans “Sentier de Molecomblok”. Molecom is een verbastering van Mulken, te vergelijken met de wijknaam Mulk in Tienen.

Voorstelling nieuwe publicatie: Outgaarden. Plaatsnamen en hun geschiedenis

Outgaarden Het boek van dr. Paul Kempeneers over Outgaarden wordt voorgesteld tijdens een geanimeerd Erfgoedcafe op 9 december om 15 u. in ’t Gemout, Bostsestraat 2 te Outgaarden. De publicatie zal hierna te verkrijgen zijn.

Voor de plaatsnaamkunde van Outgaarden raadpleegde dr. Paul Kempeneers de beschikbare archivalische bronnen, verspreid over verscheidene archieven en zelfs privé-collecties. De auteur beschreef dan het hele namenbestand in een aantal rubrieken. Eerst bespreekt hij de ligging van Outgaarden als gehucht van Hakendover, vervolgens als deelgemeente van Zittert-Lummen, daarna als een zelfstandige gemeente en ten slotte als deel van Hoegaarden in Vlaams-Brabant. Vervolgens geeft hij een kroniek van het dorp door de eeuwen heen, de wetenschappelijke verklaring van namen als Hoegaarden, Outgaarden, Zittert (Zétrud), Lummen (Lumay) en gehuchtnamen als Altenaken, Elst en Kappendaal. De geografie komt aan bod bij de beschrijving van Vloedgracht, Tafelzouw, Paanhuisbeek en stilstaande waters. Verder worden namen besproken van hoogten als Grote Berg en Tomme, laagten als Bosdelle en en Vaatsdelle, "kuiten" als Kwade Kuit en Grachten. Kempeneers situeert exact op kaarten verdwenen bossen zoals het Begijnenbos of 's-Herenbos, opvallende bomen als Heulenteerken en Mispelaar, en verdwenen wijngaarden. Talrijk zijn in Outgaarden ook terreinnamen: Dolage, Vroentskruis, Saffaerts Blok, Astveld, Rot, Kwaad Bunder, Coelmei, Breedsteen, Hondstoel, Huzaar, Rosmortel, Kofferstreek, enz.

Naast de kroniek van de kerk (gebouwd in 1760), de kapellen en de pastorie vertelt Kempeneers over de grote pachthoven in Outgaarden, het Paanhuis, de Wedemolen, de Justitie, het Schutterhuis aan de kerk en uiteraard ook de talrijke wegen en voetpaden. Genealogische weetjes en volkstellingen (1693, 1755, 1759, 1796) werpen een licht op de samenstelling van de Outgaardse families in vroeger tijden. Een uitgebreide bibliografie en een klapper maken van het boek een waardevol naslagwerk.

Het boek "Outgaarden" telt 143 blz. Formaat: 23 bij 15 cm. Afbeeldingen van 7 historische documenten, 16 plattegronden, 23 prentkaarten en foto's.

Zijsprokkel 139: Ten Opstalle in Ransberg

Technische fiche

Het toponiem Opstal wordt in Ransberg al vermeld rond 1500: beempts gelegen ten opstalle (Galesloot, 2885). Andere oude attestaties: 1605 gronde gelegen ten opstalle (SG 1401, f. 1v), 1646 Daniel Cuypers van huyse ende houe ten opstal reg. die straet in twee syden (SG 5218bis, f. 23), 18 juli 1658 ten opstalle (SG 3894, b. 4), 14 oktober 1665 ten Opstalle reg. die Catmeren Stege (SG 3894, b. 1), 1669 ontrent den opstael reg. die oorloeghsche stege (SG 1427, f. 2), 1672 leengoet gelegen op ten obsstael (SG 3895), 1679 seecker erffue ten opstalle (K 3583/2, f. 2v), 1719 (beemd) ten opstal (SG 3895), 1757 opden opstal reg. de olaert straete (SG 5214, 3), 1828 Den Opstal (Voncken, F), 1843 den Opstael (ABu, weg 10), 1860 Den Opstal (Popp, sectie F).

De Opstal in Ransberg komt overeen met de omgeving van sectie F 271, dit is het veld gelegen in de zuidelijke hoek, gevormd door de Leidriesstraat en de Kapelstraat (nu onder Kortenaken). De naam is ook elders bekend, bijv. in Zoutleeuw, in 1285 genoemd in de familienaam Franco de Opstal. In Zoutleeuw is de Opstal een licht oplopend weiland langs de Gete. Oorspronkelijk was opstal onbebouwd land of een gemene weide, later grond die aan particulieren tegen betaling van cijns werd vrijgegeven. Zo lezen we bij de Oost-Vlaamse waternamen Opstalgracht in Schoonaarde en Opstalloop in Lebbeke (De Vlaamse Waternamen, deel II, p. 296, verschijnt begin 2018).

In onderstaand charter uit 1665 wordt land "ten opstalle" in Ransberg verkocht. De tekst is bewaard in de Schepengriffies 3894 (Rijksarchief Leuven).

Omzetting

Wij Johan de Muntere ende Willem Roeckaerts, Schepenen der heerlijcheijt van Nederlintere, tuygen ende doen condt Adriaen van Craesbeeck ende Machiel Vuchelen, onse mede Schepenen ende eenen jegelycken anders die desen letteren sullen sien oft hooren lesen, dat comen js voerden voorschreuen de Muntere loco des Meyers ende voer ons als voer Schepenen daertoe geroepen, Sieur Andreas Mattheusens de Alarts, den welcken heeft bekent deughdelycken vercocht te hebben, naer behoorlycken ontfanck aen Jan Jordens present ende jn coop aenveerdende onderhalff sille landts gelegen ten Opstalle, Regenoten die Catmeren Stege ter eenre, Hendrick Struys ter tweedere, Librecht Kemerlincx vxoris nomine ter derdere, Jan Jordens ter vierdere syden, opden last van sheeren kleynen grondtcheyns jngeůalle, ende nyet meer, voer ende omme die somme van een hondert ende vyfftien guldens, jn vernueghde ende betaelde penningen, welcken volgens heeft den voorschreuen comparant syn erffue voorschreuen opgedraegen jn handen des voorschreuen loco Meyers, ende daer van al halmelyck ende vonnislyck verthyende tot naeme, orboir ende behoeff des voorschreuen Jan Jordens syns Coopers voorschreuen, den welcken ter manisse ons voorschreuen loco Meijers ende onsen Schepenen vonnisse ende voorschreuen erffue js gegicht ende gegoidt ende vererft, hem gedaen banne ende vrede etcetera warantschap etcetera, al naer Costuijme onsen Bancken Recht etcetera. Gelouende parthyen altois genoech te doene jngeualle hier jnne te nauwe gedaen waere, onder verbintenisse van hennen persoen ende goeden haeuw ende erffue, present ende toecomende, tselůe alsoo stipulerende sine fraude des t'Oirconde, Soo hebben wij Schepenen voergenoempt ende Schepenen naergeseydt onsen Segel desen letteren aengehangen ende dese met onsen gesworen Secretaris laeten onderteeckenen, opden veerthiensten Octobris 1665.

J. De Muntere, Secretaris.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional