Al meer dan 726.000 bezoekers!

Nieuwsbrieven

Publicaties

Nieuwsbrief oktober 2015

Nieuwe publicatie: Meldert

Meldert Naast de geschiedenis van de kerk met Sint-Ermelindis, de kapellen en de pastorie vertelt Kempeneers over het Klein Kasteel, het grote Kasteel van Meldert, talrijke pachthoven, en huizen als Engel, Hert, Haanken, Prins Kardinaal en zelfs de Trois Burettes in Bevekom. Tot slot bespreekt de auteur het wegennet. Genealogische weetjes en volkstellingen van 1693 en 1747 werpen een licht op de samenstelling van Meldertse families in vroeger tijden. Tot slot noteert de auteur enkele historische teksten zoals het ongeluk in de Mergelkuil. Een uitgebreide bibliografie en een klapper maken van het boek een waardevol naslagwerk dat nog generaties zal meegaan!

Het boek "Meldert" telt 224 blz. Formaat: 24 bij 16 cm. Afbeeldingen van 10 historische documenten, 29 plattegronden, 28 prentkaarten en foto's. Het boek wordt in een beperkte oplage uitgegeven. Kostprijs: 19 euro (+ eventuele verzendingskosten 4 euro).

Bestel het boek

Tiense Sprokkel 365: Notabele dingen

Rond 1649 schreef Eemont Goossens een aantal wetenswaardigheden op. Hij noemde zijn handschrift "Diverse notabele dingen", dit zijn weetjes die de moeite waard waren om te noteren (dus: notabel), over de geschiedenis van Tienen. Dit handschrift werd voor de eerste maal uitgegeven door pastoor Frans De Ridder in 1910 in het tijdschrift "Hagelands Gedenkschriften" (p. 11-30).

Diverse notabele dingen

Het document was jarenlang zoek. De conservator van het Stedelijk Museum S. Thomas kocht het bij de antikwaar A. Van Loock te Brussel in 1982. Het volgende jaar gaf ik de tekst in eigen beheer uit. Ruim 30 jaar later gaf ik het handschrift in een nieuw kleedje als verbeterde uitgave uit.

De schrijver was ongetwijfeld Eemont Goossens, aangezien hij zichzelf op folio 4 vernoemt. Zijn naam komt ook voor bij de getuigen van de opmeting van het Tiens Broek in 1642.

Eemont was een man van goede afkomst. Hij werd geboren omstreeks 1569 en was burgemeester, schepen en rentmeester. De laatste bladzijde van zijn hand gaat over de grote overstroming van 11 juli 1649. Hij overleed op 7 april 1650 zoals het parochieregister van de Sint-Germeinskerk vermeldt.

In de tekst komen ook enkele aanvullingen voor van de stadssecretaris Wouters, die later een "de" voor zijn naam kreeg. Om de tekst leesbaarder te maken heb ik de voetnoten telkens onderaan de bladzijde vermeld.

Sommige straatnamen zijn nu totaal onbekend. Zo kan men in de voetnoot lezen welke straten bedoeld werden met de nierincx straete, die saeckt straete, de (vernietigde) catte straete, die bordeel straete, die donckel straete, die matte borne straete, die paygepoel straete, die papen straete, die bachelyn straete.

U kunt het boek bestellen via deze link. Het is ook te verkrijgen als eboek, via Amazon.

Zijsprokkel 115: De RelikwieŰn van Sint-Ermelindis

Technische fiche

In 1605 werd de inventaris van de relikwieŰn van Sint-Ermelindis opgetekend, in het Latijn, Nederlands en Frans. Zie Kerkarchief 28.436 (RA Leuven). De Latijnse en Nederlandse teksten verschenen in Tent. 1984, p. 295-298. In de Latijnse tekst is de e overal vervangen door ae of e.

De Kerk van Sint-Ermelindis, interieur.

Nederlandse tekst

Inventaris der Reliquien vande H. Hermelindis rustende inde kercke vande Prochie Meldaert onder het Arsbisdom van Mechelen gemaeckt den 27 octobris 1605 opgeschreven door den H. ende M. Alexander Rotarius Archidiaken van het district van Thinen.

- Eerst voor al het geheel hooft met syn kaeckxbeen, ende thien tanden.
- Noch twee oxelen, ofte twee groote beenderen vande schouder blaeders.
- Noch een deel van onder het hooft.
- Noch achthien beenderen van het ruggebeen: want daer naer noch een gevonden is.
- Noch seventhien ribben tsamen met de stucken vande gebroken ribben, ende elf syn gelyck geheel, ende vierthien soo groote als clyn stucken.
- Noch vier groote beenderen vande welcke twee syn de dijen ende de andere twee de scheenbeenderen: met twee clyndere, de welcke syn de voorste scheenbeenderen.
- Noch twee ermen met syn by gevoeghde lange ermen ses int getal.
- Noch dry kortere beenderen toebehoorende aen de ermen ofte voeten.
- Noch het onderste deel van het ruggebeen met acht gaeten, welckers achste gebroken was.
- Noch een deeltien van het ruggebeen vande lenghde van [vand: d geschrapt] eenen vinger.
- Noch twee stucken by gelyckenisse van de versen [= hiel].
- Noch twee dicke beenderen vande lenghde van eenen vinger, de welcke schynen te wesen de beenderen vanden hiel.
- Noch acht beenderen de welcke schynen te wesen de beenderen der gevrichten vande knienschyven ende helleboghen.
- Noch een groodt been in het welcke draeyen de scheenbeenderen ofte ermen.
- Noch twee clyne beenderen vanden hals boven de borste.
- Noch een been toebehoorende aenden hals ontrent de ooren ofte het oorbeen.
- Noc [lees: noch] een drykantigh been vande groodte van een halve palm.
- Noch seven stuckxkens wit gelyck kalck, geen beenderen, maer gelyck het scheen kraeckbeen.
- Noch elf knobbelen der handen met eenen den welcken myn heer van Meldaert pleght te draeghen ter eeren godts ende der H. Maeght Ermelindis, tot bewaerenisse.
- Noch acht clyne stuckxkens vande knobbelen der handen ofte voeten.
- Noch negen stuckxkens ofte brockxkens vande herssenen.
- Noch vier clyne stuckxkens vande scheenbeenderen, van de welcke het vierde wat clynder was.
- Noch een clyn busselken in het welcke gebonden waeren de Reliquien van het graf vanden H. Laurentius.
- Noch verschyde stuckxkens der kleederen. Noch van het decksel ofte wijl vande H. Geertrudis.
- Voor de doorluchtigste infante een principael radt van het ruggebeen by versoeck van haere doorluchtighydt.
- Ende een deeltien van eene ribbe voor de Princesse van Arenbergh.
- Geschiet in de kercke van Meldert int iaer, maent ende dagh voorschreven.
- Ende was onderteekent

Alexander Rotarius C. Doijembrugge de Duras
Archidiaken van Thinen Jacobus Doijembrugge de Duras
  Joannes Pinsonius
  Pastoor is getuygen.

Latijnse tekst

Ter vergelijking noteer ik een fragment van de Latijnse tekst. Het boogje op elke u zoals in c˙m, adh˙c, q˙or˙m, heb ik wel overal weggelaten.

- In primis caput integrum cum suÔ mandibulÔ, et decem dentibus.
- Item due axille vel duo magna ossa scapularum.
- Item adhuc vna pars capitis.
- Item octodecim ossa spine, quia postŔa adhuc vna in˙enta fuit.
- Item sedecim coste simul cum partibus fractarum costarum et sunt vndecim quasi integre, et quatuordecim tam magne quam parue partes.
- Item quatuor magna ossa, quorum duo sunt femora et alia duo tibie: cum duobus minoribus ossibus que sunt tibie anteriores.
- Item duo brachia cum suis adiunctis longis brachiis numero sex.
- Item adhuc tria bre˙iora ossa spectantia ad brachia vel pedes.
- Item inferior pars spine cum octo foraminibus, quorum octa˙um erat fractum.
- Item adhuc vna particula spine ad longitudinem vnius digiti.
enz.

Ook verschenen als historische tekst in Meldert.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional