Al meer dan 726.000 bezoekers!

Nieuwsbrieven

Publicaties

Nieuwsbrief februari 2015

Tiense Sprokkel 354: Gat

Al in 1989 werd Aardgat gebruikt voor een natuurgebied in de Grijpen te Tienen.

Oorspronkelijk was het Aardgat een weggetje. Aard is in onze regio gewoon een veld gelegen tussen wegen.

Rond 1400 was er een "artgat" nabij het land van Kerstinen van Leuven, overeenkomend met de huidige Veldstraat. Buiten de Leuvense Poort liep een aardgat naast een perceel land van Onze-Lieve-Vrouw ten Poel. En in 1441 was er een aardgat "te Bruneseem wert".

Ook in veel andere gemeenten vond ik aardgat: in 1440 in Kiezegem in de omgeving van de Zilverberg, in Bunsbeek in 1454 op de Zavel en in 1773 aan het Vlaasveld. In Kapellen bij Glabbeek was er een aardgat in het gehucht Berchem en in Vertrijk op het Lovens Veld bij de straat die liep naar de Tichelrie. Waanrode had een Weegat en Oplinter een Molengat, een Mestgat en een Klapgat.

Gat is een kleine, soms doodlopende toegangsweg. Het woord is te vergelijken met het Duits Gasse en Luxemburgs gaass, maar ook met het Engels gate. Internationaal is "gate" nu de toegangsweg naar het vliegtuig in de luchthaven.

Gate

In de toponymie of plaatsnaamkunde kennen we gat ook in verscheidene samenstellingen. Naast het Aardgat vinden we in Vertrijk ook een Koutergat, Hazeleersgat, Laatgat, Mestgat en Willebringersgat. In Kapellen kenden we het Hamelsgat en het Papengat, en in Kerkom het Cousgat en het Oliviersgat. Het Reynkensgat was een doodlopend straatje in Zoutleeuw, in de buurt van het Bethaniaklooster, van de Ingelstraat naar Wal II. De huizen in het Reynkensgat werden ingenomen voor de bouw van de Citadel.

Geen "gat" echter is het Trekgat in Zoutleeuw. Dit is een eigenaardige vervorming van de persoonsnaam Rickart!

Dr. P. Kempeneers.

Verschenen in de Publipers op donderdag 1 januari 2015.

Zijsprokkel 106: Verzoening na moord (Werchter)

Technische fiche

In 1599 vermoordde Loyck Vervoirt op de dag van Aarschot kermis Willem van Hove (in het kort verschenen als sprokkel 331).

In de schepengriffies van Werchter (nr. 1847, f. 203, RA Leuven) staat het "akkoord en verzoening" vermeld, afgesloten tussen de vrienden van Willem van Hove, de aflijvige, en Loyck Vervoirt. Vooreerst moest Vervoirt in het openbaar de voetval doen, barrevoets en blootshoofds, in linnen klederen "met den halme in de handt".

Verder moest hij brood bakken op de dag van de verzoening, en nog eens op Asdag van 1601, 1602 en 1603, en het brood bezorgen aan de H. Geestmeesters om aan de armen uit te delen.

Nergens mocht Vervoirt de weduwe of de vrienden tegenkomen. Zo kon hij naar geen herberg gaan, geen feest of banket bijwonen waar de vrienden aanwezig waren. De vrienden eisten dat Vervoirt een ijzeren kruis maakte op een steen, zoals er één stond op de weg van Wakkerzeel naar Leuven.

Bovendien moest Vervoirt vermijden dat hij de vrienden en verwanten van zowel de aflijvige als van de weduwe zou kwetsen door verwijten. Een geweer mocht hij niet dragen, hetzij roer, pycke (= lans met punt), hetzij iets anders waarmee hij kon kwetsen of hinderen. Een broodmes mocht de moordenaar wel bezitten, maar hiervan moest de punt afgebroken zijn, "die linghde van twee dweersse vingeren".

Hield hij zich niet aan de afspraken, dan kon hij gestraft worden. De verzoening was dan niet gebeurd. Kosten en lasten waren voor zijn rekening.

Al deze punten en artikelen beloofde Vervoirt na te leven. Hij legde de eed af in handen van Joos Traetssens, meier, in aanwezigheid van de schepenen Remeys Verthiers en Hendrick Gobbelyns.

Dit gebeurde op 29 november 1600. Op 2 december 1600 volgde dan publiekelijk "de zoene" door Loyck Vervoirt, in aanwezigheid van de meier Joos Traetssen en de schepenen Remeys Verthiers en Lucas de Rycke.

Op dezelfde dag gaf de meier aan de vrienden van de aflijvige het verbod om tegen Vervoirt wraak te nemen, op pene van 150 gouden realen. Dezelfde amende gold voor Loyck, als hij iets zou doen tegen de vrienden. Dit verbod gold zo lang als "moelens maelen, winden wayen ende haenen crayen".

Rechtspraak

Tekst

Accoerdt ende zoene gemaeckt tusschen de vrinden Willems Van Hoúe afflyue ter eenre ende Loyck Vervoirt als vermoirt hebbende den voerschreuen Van Hoúe op Aerschot kermisse dagh inden jaere xv c negen ende tnegentich (= 1599).



Inden iersten sal hy Loyck Veruoirt doen den voet val beruoets bloots hooffs in zyne lyne cleederen met den halme in de handt.

Item sal deselue Loyck doen backen ende gereet hebben opden dach vander zoeninge een veerdele broots.

Item noch eene veerde op Asschdag xvj c (= 1600) ende eene naestcoemende ende van gelijcken noch op de Asschdaegen xvj c twee ende drye telcker reysen dbroot van een veertele rogx gebacken ende die leueren in handen vande heylige geestmeesteren om voerden aermen gedistribueert te wordden.

Item sal die voerschreuen Veruoirt ierst ende voer alle moeten schouwen ende mijden die weduwe vanden afflyúigen ende die vrinden soo wel van der weduwe als vanden afflyúigen zyden bestaende ende dat in alle plaetssen & passaigien daert te passe souden moegen coemen ende sal hy altyts ter neder zyden moeten affwycken ?(soo verre hem doenelycken zij)? ende vuyt den oogen gaen.

Item en sal die voerschreuen Veruoirt in egeene feesten, bancquetten, herbergen oft gelaegen moegen coemen, daer eenige vanden voerschreuen vrienden zyn, ende oft quaeme ofte geviele dat hy daer beuonden wordde sal terstondts moeten vertrecken, ende daer ouer een quartier vander uren niet moegen blyffúen.

Item gemerckt de meyninge ende intentie vanden vrinden was, dat hy Veruoirt soude hebben doen maecken een yseren cruys in sulcker hoochden lingde dickte ende soo hooge verheuen in eenen steen gelyck daer een is staende opden wech van Wackerzeel naer Loeuen te gaene, ende hy Veruoirt heeft doen maecken een ander op een andere maniere, zyn de vrinden daer mede te vreden per salvo dat het by meesters sal wordden gevisenteert ende geschat, ende wat het min sal beuonden wordden weerdich te zyne dan het cruys als bouen gestaen opde wackerzeelsche baene sal het min opden Asschdach naestcoemende den aermen om goidswille gegeuen ende gedistribueert wordden metten broode byde heyligegeest meesteren, maer begeren de vrinden dat dit cruys sal verheúen wordden in eenen steen in vuegen ende manieren, gelyck het cruys opden wech voerschreuen is staende, hem Veruoirt van tzelúe alsoo te doene, gemende? dach van veerthien daegen naer de zoeninge, ende tzelffue alsoo verheuen zynde te setten op het graff vanden afflyúigen.

Item en sal die voerschreuen Veruoirt de vrienden, maegen ende hen bestaende soo wel vander zijden vanden afflyúigen als vander weduwe, met woerden wercken noch in eeniger manieren niet moegen creyten ofte quellen, tzij achter rugge ofte voer oogen, moegen verwijten ofte eenige blamatie molestatie ofte quellingen den vrienden aen doene, daer hy deselúe mede soude moegen bedroeffuen.

Item en sal hy Veruoirt niet moegen draegen eenich geweer tzy roer, pycke, zy geweer oft iet daermen iemanden mede soude moegen quetsen hinderen ofte letten ende voir soo vele een broot mes aen gaet sal hy een moegen hebben per saluo dat den poinct affgebroecken sal zyn, die lingde van twee dweersse vingeren ende als die gemeynte opden vyant sal moeten vuytloopen wordt hem tougelaeten een pycke te moegen draegen.

Item sal die voerschreuen Veruoirt alle dese poincten strictelycken ende onverbreeckelycken moeten onderhouden op pene jndyen contrarien wordt beuonden, dat hy Veruoirt daer voeren sal gestraft wordden ende de zaecke gehouden wordden oft er egeene zoeninge en waere gebuert.

Item alle costen lasten tot noch toe geschiet ende noch te geschieden sal hy Veruoirt alleene moeten draegen ende betaelen.

Item sal hy Veruoirt voer allen het gene voerschreuen es, moeten stellen cautie ende borge van daeren jegens niet te commen ofte doene in eeniger manieren.

Alle dese poincten ende articulen heeft die voerschreuen Veruoirt beloeft ende beloeft midts desen die te onderhouden ende volbrengen in alder manieren gelyck voerschreuen is, ende hem doenelyck wesende, ende dyen volgende heeft den behoirlycken Eedt gedaen in handen Joos Traetssens meyere, ter presentien Remeys Verthiers ende Hendrick Gobbelyns scepenen, opden xxix nouembris xvj c (= 29 nov. 1600).



Op heden den tweeden decembris anno xvj c is den zoene gedaen by Loyck Veruoirt publyckelycken ende in presentie van alder werelt, ende die conditien voerschreuen ... present Joos Traetssen meyer, Remeys Verthiers ende Lucas de Rycke scepenen.



Item opden seluen dach ende ter presentien vande scepenen voerschreuen heeft de meyere verboth gedaen, dat niemandt vanden vrinden des afflyúigen vraecke ouer desen Veruoirt alsnu gesoint hebbende nemen en sal, alsoo lange als moelens maelen, winden wayen ende haenen crayen, op een pene van hondert vyfftich goude realen, ende jndyen hy Veruoirt oyck iet doe jegens de vrinden, sal vallen inde selue amende ende daer toe gecorrigeert te worden oft de zoene niet en waere gebuert.

Overgezet door dr. Paul Kempeneers. Tienen, 10 oktober 2013. Verschenen op de website op 10 januari 2015.

Tiense Sprokkel 355: Info Huart

In de Stadsinfo, Grote Markt 4, woonde eertijds de chirurgijn Jan Karel Huart. (Zie mijn sprokkels 127- 128). In 1770 verscheen van hem in Mechelen het boek "Kort begryp der vroed-kunde als oock de konst bewerkinge der keyserlycke snee". Hij deed dat als eerste in voortreffelijk Nederlands! Toch is de naam Huart in Tienen niet erg bekend.

Stadsinfo

Mogelijk wordt zijn naam gegeven aan de residentie die gebouwd werd tegenover het Gasthuis in de Houtemstraat. De oudst bekende eigenaar van het pand op de Grote Markt was rond 1450 Gerard Swallart. Deze bezat ook het huis ernaast, nu de apotheek van Tom Willems, Grote Markt 5. Beide huizen vormden één geheel, de Sint-Andries genoemd. Swallart betaalde aan de hertog een cijns van 1 denier. Hiervoor mocht hij "enen oestal setten opte strate".

In Aarschot vond ik voor een oestalle als vertaling "un estable de foing". Het was dus een stal die diende om het paard van een bezoeker onder te brengen.

In 1500 was het pand al gesplitst. Op 14 december 1714 kochten meester-chirurgijn Carolus Huart en zijn vrouw Agnes Martinij de latere "erfgoedsite" van de erfgenamen van wijlen meester Adriaen Lamael.

Carolus stierf in 1727 en liet 5 kinderen na. Bij de dood van zijn vader was Jan Karel 12 jaar.

In 1749 werd het huis gekocht door de buurman Patritius Loyaerts voor 1701 gulden. In feite deed hij dat voor zijn buur die in 1738 de toelating kreeg om deel te nemen aan het chirurgijnsexamen.

Al voor 1800 werd het huis een herberg, in 1910 bekend als Café de la belle vue. De stad kocht dit huis om te dienen als kantoor voor de ondercommissaris. Het bleef in gebruik tot in 1982. Daarna kwam hier de Stadsinfo.

Dr. P. Kempeneers.

Verschenen in de Publipers op woensdag 28 januari 2015.

Zijsprokkel 107: De bevolking van Orsmaal in 1802

Technische fiche

Onderstaande bevolkingslijst vond ik achteraan in de "Briefwisseling" van de gemeente Orsmaal (f. 170 tot 174), register nummer 4, bewaard in het Rijksarchief, Kruibekesteenweg 39, te 2750 Beveren-Waas. Het "jaar 10" van de republikeinse kalender komt grotendeels overeen met 1802. De lijst is vollediger dan de bevolkingstelling van het jaar IV (1796), door het Algemeen Rijksarchief fotografisch uitgegeven in de reeks "Toegangen genealogie en demografie", Kanton Zoutleeuw, in 1988. In deze lijst worden de jongste kinderen onder de 12 jaar niet bij naam genoemd. Orsmaal staat op folio 17 v? tot 19 (door mij genummerd). De inwoners van Gussenhoven, niet in onderstaande lijst, komen in 1796 voor op folio 19 v? tot 20.

Tussen beide bevolkingslijsten ligt een tijdspanne van 6 jaar, wat niet altijd overeenkomt met de opgegeven leeftijd van de inwoners. Michel Beckers is in 1796 63 jaar oud, in 1802 echter 70. De leeftijd van zijn echtgenote Gertrude Gijsen varieert nog sterker. Ze is 45 jaar in 1796, maar 6 jaar later 54. Een verschil dus van 9 jaar in plaats van 6. Bij sommige inwoners wijkt de opgegeven leeftijd nog sterker af. Ook namen wijken soms sterk af in beide lijsten. De genoemde Michel Beckers heet in 1796 Michel Beckx. Zijn vrouw Gertrude Gijsen komt voor als Gertrude Geijsberg. Vergelijking met ander materiaal leert ons dat de lijst uit Beveren veel juister is. In het origineel staan nogal wat namen geschreven met een kleine letter, zoals gertrude gijsen. In mijn lijst schrijf ik de voor- en achternamen wel met hoofdletters. De namen staan gegroepeerd per huis. Door latere toevoeging van bewonersnamen is het opgegeven aantal in de eerste kolom niet meer exact. In de kolom "Observations" heeft het familiehoofd getekend, in zover hij kon schrijven. In mijn bewerking heb ik de gegevens niet vertaald. Het gaat om eenvoudige beroepsnamen als cultivateur (landbouwer), ouvrier (werkman), domestique (knecht), servante (dienstmeid), familiale gegevens als épouse, fils, fille (echtgenote, zoon, dochter). Waar het mogelijk was, heb ik onder elk huisgezin de nummers geschreven van de "toegangen" uit 1796. Enkele huizen heb ik gesitueerd. Het opgegeven nummer is het kadasternummer van Popp circa 1860. Om een naam vlug terug te vinden, heb ik achteraan een klapper toegevoegd.

Inwonerslijst

f. 170
___
Nr. Noms et Prénoms Profession et Qualité Age Observations
Namen en Voornamen Beroep en Staat Leeftijd Bemerkingen
___
1 Michel Beckers Cultivateur 70
Gertrude Gijsen épouse 54
Géorge Gijsen fils naturel 25 marié
Henri Bekkers fils naturel 6
Guillaume Beckers fils legitime 32
Jeanne Marie Van Kerkom femme de Guillaume 23
[Toegang 1-5. Nog bestaande hoeve op B 5a in de Geetstraat.]
___
5 Gerard Brees Cultivateur 46
Claire De Catte épouse 40
Marie Anne Noë veuve 70 décédé
Henri Brees fils 19
Gertrude Brees fille 18
Catharine Brees id. 15
Gerard Brees fils 13
Marie Brees fille 9
Caroline Brees id. 7
Isabelle Brees id. 5
Marie Brees id. 2
[Toegang 6-7. Nog bestaande hoeve op B 13 in de Geetstraat.]
___


Lees meer...

Verschenen op de website op 31 januari 2015.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional