Al meer dan 315.000 bezoekers!

Nieuwsbrieven

Publicaties

Nieuwsbrief november 2010

Treffend toeval - 5. Denken aan Leishman

De tropische ziekte leishmaniasis kende ik nog vaag uit mijn studies. Het was een of andere parasitaire aandoening, oorspronkelijk beschreven door ene Leishman. Daarmee hield het wel op. Ik was al blij dat ik uitgebreide informatie over zulke dingen vasthield tot op de dag van het examen, laat staan dat ik het een decennium later nog zou weten. Maar dan werd bij mijn schoonmoeder deze aandoening vastgesteld, na een reis naar Venezuela.

Ik googelde snel naar het woord leishmaniasis, om te kunnen veinzen dat ik er nog veel van af wist. Jaja, leishmaniasis! Dat is een tropische aandoening, veroorzaakt door een eencellige parasiet en verspreid via zandvliegjes. Pff, natúúrlijk ken ik dat! Dat is toch elementaire kennis! In realiteit was dat natuurlijk niet zo vanzelfsprekend. Deze aandoening komt gewoonweg niet voor in onze contreien. Er was een professor van het Instituut voor Tropische Geneeskunde voor nodig om de juiste diagnose te stellen. De dermatoloog had er zelfs niet aan gedacht. In België wordt slechts bij 2 à 3 mensen per jaar deze diagnose gesteld. Een redelijk obscure aandoening dus.

Maar kort na de diagnosestelling bij mijn schoonmoeder verscheen er een uitgebreide tekst over leishmaniasis in het tijdschrift Eos. De Morgen wijdde een uitgebreid artikel aan deze aandoening. Het is recent uitgeroepen tot de dodelijkste tropische ziekte na malaria. En enkele weken later sprak ook de Artsenkrant erover. What the hell? Had ik daar in het verleden zó overheen gelezen? Nu zou leishmaniasis wel door de klimaatsopwarming steeds verder naar het noorden uitbreiden, wat de recent toegenomen aandacht verklaart. Maar ik blijf het toch een straf toeval vinden.

Toegezonden door dr. Edelhart Y. Kempeneers.

Treffend toeval - 6. Swobod uit Bohemen

Ik ben een regelmatige bezoeker van het Rijksarchief in Leuven, waar ik opzoekingen doe over mijn stamboom. Op een dag in december 2009 was ik ten einde raad. Ik vond niets over een zekere mevrouw Swobod. Bij het buitengaan na sluitingstijd liep ik naast Paul Kempeneers, een filoloog die ook regelmatig het Rijksarchief bezoekt. Ik had er nog nooit mee gepraat, maar omdat de resultaten van mijn opzoekingen die dag zo mager waren, sprak ik hem aan en zei: "Het is een triestige dag voor mij, ik heb niets gevonden. Al een hele tijd zoek ik naar een vrouw die afkomstig schijnt te zijn uit Polen". Kempeneers keek mij aan en vroeg: "Wat is haar naam?" "Swobod", zei ik achteloos. "Swobod? Die komt niet uit Polen, maar uit Bohemen en ze woonde in Aarschot", antwoordde de filoloog. Natuurlijk dacht ik, dat die man mij iets wijsmaakte. Je zoekt zo lang naar die vreemde naam Swobod, en dan vertelt die filoloog uit Tienen ineens dat ze in Aarschot woonde. "Volgende week", zei Kempeneers, "breng ik u de gegevens mee". En inderdaad. De man had net een boek geschreven "Gedoopt in Aarschot", dat daarna werd uitgegeven door de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde in Leuven. Hierin staan meer dan 3.800 namen. Op bladzijde 28 staat het doopsel van Guillielmus Eduardus De Bruyn beschreven. Hij werd geboren op 6 oktober 1828 en de volgende dag gedoopt. Hij was de zoon van Dominicus De Bruyn uit Stekene provincie Oost-Vlaanderen en Rosalia Swobod uit Bohemen! Sedertdien heb ik al meer gegevens over deze familie, maar het blijft een ongelooflijk toeval, dat die filoloog de naam van Rosalia Swobod kende toen ik ernaar vroeg!

Ingezonden door Jozef Van Laer uit Winksele (Herent).

Contacteer dr. fil. P. Kempeneers

Naam




Mail




Verhaal

Tiense Sprokkel 295: Een kromme haring

Boutersem kent een oud en eigenaardig toponiem dat zich in de volksmond ontwikkelde tot Krommen Haring. Zoals uit oude attestaties blijkt, is dit een vervorming van Krommen Herent. Ik zet enkele oude vormen op een rij: 14 april 1365 "retro crommenherent", 1514 "dat gasthuys van crommen herent", 1690 "de bane van butsel naer den crommen herent", 1719 "Krommen Herent", 1815 "Krommen-haring", op de kaart van het Nationaal Geografisch Instituut 1970 "Kromme Haring", in 2000 verbeterd in "Kromme Herent". Kromme Herent is de plaats waar de Oudebaan (nu Heidestraat, Aarschotsebaan en Latstraat) een opvallende bocht maakt en waar zich het Gasthuis van de Krommen Herent bevond. Herent is een afleiding van heren 'haagbeuk', uitgebreid met een lokatief-t. De naam betekent: 'plaats waar haagbeuk groeit'.

In het Gasthuis werden behoeftige pelgrims opgevangen. In de helft van de 17de eeuw was het Gasthuis al lang een ruïne. Er stond nog enkel een toren recht, zoals we vernemen in 1678: "Het Gasthuijs vanden crommen herent van eene heyde oft drooge weijde voor desen bosch waerop alnoch is staende den toren van het voorschreven Gasthuijs". Op 1 januari 1706 werden de stenen van de toren verkocht. In 1722 bevond zich op de plaats van het verdwenen Gasthuis het zogenaamde Fort Fagel of de Schrans. Het was een redoute gebouwd rond 1675 om Leuven te verdedigen tegen de Fransen. Het fort is op oude kaarten te herkennen aan de tiptap-vorm van de landen van de Krommen Herent, te vergelijken met de Citadel in Zoutleeuw. De Schrans in Boutersem werd rond 1714 doorsneden door de Leuvensesteenweg. Hierdoor verkleinde de oppervlakte van het vroegere domein van het Gasthuis en het Fort.

De Vlaamse Gemeentenamen

Bij het Davidsfonds verscheen zopas een verklarend woordenboek over de betekenis van de Vlaamse Gemeentenamen. De samenstellers zijn allen lid van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie in Brussel. Deze commissie bestaat sedert 1927 uit 15 Vlaamse en 15 Waalse leden. Meer uitleg vindt de lezer op de webstek van de commissie: KCTD. Paul Kempeneers beschreef de gemeentenamen van Vlaams-Brabant en Brussel, naast die van Oost-Vlaanderen samen met Magda Devos. Commissielid Frans Debrabandere verzorgde West-Vlaanderen. Vic Mennen beschreef Limburg en Ward Van Osta Antwerpen. De algemene leiding was in handen van Hugo Ryckeboer. Andere leden en ere-leden werkten tevens mee aan het nazicht van de teksten en de weergave van de dialectische uitspraak van de gemeentenamen.

Het woordenboek bevat alle namen van entiteiten die sedert 1831 ooit een zelfstandige gemeente zijn geweest. We vinden in het boek dus niet enkel Glabbeek, maar ook Kapellen, Bunsbeek, Attenrode, Wever en Zuurbemde, die thans de gemeente Glabbeek-Zuurbemde vormen. Elk lemma is op dezelfde wijze opgebouwd: eerst komen de gegevens over de gemeente zelf: de provincie, eventueel de naam van de fusiegemeente en de dialectische uitspraak. Voorbeeld: Lichtaart, AN (= provincie Antwerpen), Kasterlee + dialectische uitspraak. Voor wie niet vertrouwd is met het IPA of Internationaal Fonetisch Alfabet, kan de uitspraak afleiden uit de voorbeelden vermeld in de inleiding. Daarna volgen de attestaties uit de oudste betrouwbare bronnen en vervolgens de uitleg. De verwijzingen in sigels en afkortingen staan alle achteraan in het boek. Meestal zijn verouderde en onbetrouwbare verklaringen gewoon weggelaten. Voor Leuven zal men tevergeefs zoeken naar de samenstelling van Lo en Ven. Vanzelfsprekend lost het woordenboek niet alles definitief op. Sommige namen zijn zeer oud en dateren van lang voor Christus' geboorte. De auteurs noemen deze namen niet Keltisch, maar Voorgermaans. Dikwijls is een oude naam zoals Deinze oorspronkelijk een waternaam.

Om het woordenboek niet te lijvig te maken, kozen de samenstellers voor een verwijzing naar veel voorkomende elementen. In plaats van "maal" (zoals in Dormaal, Halmaal, Watermaal, Wijchmaal, ...) telkens opnieuw uit te leggen, vindt de lezer dit trefwoord alfabetisch in de lijst. Bij Halmaal bv. is "maal" dan duidelijkheidshalve cursief en vet gedrukt. Zo weet de lezer onmiddellijk dat dit element apart wordt verklaard.

Het boek over De Vlaamse Gemeentenamen werd uitgegeven door het Davidsfonds in Leuven (België) en is verkrijgbaar in elke boekhandel. Het weegt 830 gram en kost zonder verzending 29,95 euro. (ISBN: 978-90-5826-751-1).

Zie ook op de website van het Davidsfonds.

Zijsprokkel 49: Een zware contributie voor Kumtich (1690-1707)

Technische fiche
In 1690 moest de gemeente Kumtich een zware contributie betalen aan de Fransen, anders zou het dorp (zoals andere dorpen in de omgeving) worden verwoest. De familiehoofden sloten een lening af bij rentmeester Jacobus Persoons en zijn vrouw te Tienen, lening die ze in 1707 nog niet hadden terugbetaald. De Soevereine Raad van Brussel besliste dat dit wel moest gebeuren. De tekst is vooral interessant, omdat hierin alle gezinshoofden van 1707 worden opgesomd.


Het document is eigendom van dokter H. Jacobs te Tienen, die het nummerde als manuscript 237. Dit stuk meet 32,5 bij 23,5 cm., telt 8 blz. en is vergezeld van twee apostils, die ik niet heb omgezet. Gemakshalve heb ik enkele komma's toegevoegd.
Deze tekst verscheen eerder in “Museumstrip”, 31ste jg. (2004), Leuven, blz. 55-57, en in “Oost-Brabant”, 2004, Tielt-Winge, blz. 152-155.

Tekst
(p. 1)
Alsoo inden Raede van onsen genaedigen Heer Carel den derde van dijen naeme, Coninck van Spaegnien etcetera, hertoge van Brabant ende van Limbourgh, Graue van Vlaenderen etcetera, heere van Mechelen etcetera, geordoneert in desen synen Lande ende hertogdomme van Brabant, ware op heden date deser personnelyck gecomen ende gecompareert Joannes Antonius Bernard, officiael vanden voorschreuen raede, hadde den seluen comparant aldaer ouergeleght ende geexhibeert sekere acte notariael, gepasseert binnen Cumptich op den twintichsten december sestienhondert negentich voorden Notaris Goossens ende sekere getuygen, ende ingevolge vande onwederoepelycke procuratie daerinne geinsereert ende hem comparant gegeuen by die Drossaert, Schepenen ende Jngesetenen van Cumptich, vernieuwt den inhout vanden voorschreuen acte notariael, waer van den teneur hiernaer volght ende luydt aldus.

Op heden den twintichsten december sesthien hondert negentich comparerende voor my in qualiteyt als Notaris binnen die Stadt Thienen residerende, inde presentie van die getuygen naergenoempt, D. Borremans, Drossaert der Baenderye van Cumptich. Jtem reynier Maes, anthoen Stockmans, mattheus van Nijen (1), Schepenen der seluer Baenderye. Jtem Sieur francis Smeesters, herman van Linther, peeter.
(p. 2)
Taveniers, Lambrecht van Ausseloos, Jan mercx, roelant le maistre, nicolas Volons den jongen, Willem Willems, mattheys peeters, huybrecht van Seuenbergen, aert Bollen, augustyn castelyn, peeter vanden Bergh, Wauter Lambrechts, Machiel Lambrechts, Jan Brieues, Jan... (sic), francis Smet, Cornelis van Weddingen, Jan Seems, die weduwe Jan Neys, rochus van ausseloos sone hendricx, Jan Bolles, Jan Claes, Lucas Loret, ameryck vanden Bosch, henrick Neys, Gilis claes, Marie paulus, christiaen quaethoven, die weduwe henrick volons, Laureus falen, die weduwe Leemans, Guilliam mariels, Jan Christus, kest mareels, pette raecque, Botij (2), Servaes vanden Bosch, Jan van Seuenbergen, Thomas de hictic (3), peeter Godefridi, die weduwe Servaes Godefridi, Goort van Erps, Jan Cornet, Tossijn Dore ende Claes de Jonge, Wauter Claes, Guilliam hautekees, Servaes peeters, peeter Leemans, nicolaes Volons den ouden, bartholomeus de Catte, peeter neue, de weduwe J. putsaert, Joes Barlaus, wauter peeters, Gillis festraets, die weduwe Jan mareels, Jan Beavernas, Merten Engels, die weduwe aert van Weddingen, machiel Bartholondi, Librecht Tilemans, machiets (= machiels), rochus ausseloos sone Lambrecht, marie Wielms, Jacobus meus, alle Jngesetenen vande voorschreue baenderye van cumptich in desen vervangende ende hen
(p. 3)
sterckmaeckende voorde resterende henne gemeyntenaeren, welcke comparanten hebben bekent gelyck sy bekennen mits desen, soo in hennen eygen naeme als inde naeme der resterende henne gemeyntenaeren, deughdelyck ontfangen te hebben vuyt de handen van Sieur Jacobus Persoons, rentmeester vanden quartiere van Thienen, ende Jouffrouwe Maria Duremans gehuysschen ende Jngesetenen der Stadt Thienen, eene Somme van duysent guldens eens in specie van spaensche pattacons, ducatons ende schellingen, dienende dese voor quittantie, voor welcke somme die voorschreue comparanten tot behoeff der voorschreue gehuysschen present ende accepterende, hebben geconstitueert gelyck sy constitueren by ende mits desen eene erffelycke rente van tweensestich guldens thien stuijuers jaerlycx quytbaer, t'eender reyse met volle jaeren verloops in munten ende specien als voor tegens den penninck sesthien alle jaeren binnen die Stadt van Thienen oft Louen te betaelen ter keuse der acceptanten, los ende vry van alle exactien, beden, subsidien ende andere lasten geene vuytgenomen innegestelt ende naermaels innegevalle inne te stellen, niettegenstaende eenige tegenwoordige placcaerten, edicten oft ordonnantien ter contrarie, daeraen insulcken gevalle renuntierende ende derogende (4) mits desen,
(p. 4)
gelovende die voorschreue comparanten die gemelde rente van tweesestich guldens thien stuyuers op haeren valdach wet ende preciselyck te betaelen, mitsgaeders tot asseurantie der voorschreue rentdoenders t'impetreren inden raede van brabant binnen den tijt van dry toecommende maenden ten taste van hennen voorschreuen Dorpe behoorlyck octroij, by faute van dijen dat sy die selue rente ten contentemente der voorschreue acceptanten behoorlyck sullen besetten op goede ende suffissante panden, ten minsten dobbele rente weert synde, onder verbintenisse van henne persoonen ende goederen present ende toecommende erffgenaemen ieder in solitum, verclaerende die comparanten dese penningen te lichten tot betaelinge vande franssche contributie om te ontgaen den brandt, gelyck sy op den vyfthiensten seshiensten deser in hunne naeburige dorpen veele exempels daer van hebben gesien, consenterende totte consoit van alien t'gene voorschreuen is in solidaire condemnatie voluntair te decreteren voorden Souuereynen raede van Brabant met constitutie aen alle thoonders deser om etcetera sonder voorgaende daegement, aldus gedaen ende gestipuleert in handen myns notaris binnen cumptich, ter presentie Jaecq vercleyn ende Servaes huts getuygen, ende was d'originele deser onderteeckent D. Borremans met het marcq van reynier
(p. 5)
maes, anthonius Stockmans, mattheus van Dijen (5), fr. Smeesters, h. v. Linther, peeter Taveniers, met het marcq van rochus Ausseloos, met het marcq van Jan mercx, met het marcq van roelant le maitre, met het marcq van nicolaes Velons (= Volons), met het marcq van huybrecht van Seuenbergen, met het marcq van aert Bollen, met het maercq van Augustyn Castelyn, met het marcq van peeter vanden Bergh, met het marcq van francis Smets, met het marcq van Jan Bolles, Jan Claes, Lucas Loret, met het marcq van ameryckx vanden Bosch, hendrick Nys, met het marcq van Jacq Bouij, met het marcq christiaen quadthouen, J. persoons man Duremans, met het marcq van Claes de Jonge, met het marcq van Guilliam hatekees (= Hautekees), met het marcq van peeter neue, Jan Seems, Joes Bertholeyns, met het marcq van Gilis Claes, met het marcq van die weduwe Aert van Weddingen, met het marcq van die weduwe Jan mareels, et a me quod attestor ende was onderteeckent L. Goossens Notaris, leeger stont concordantiam attestor ende was onderteeckent J. G. persoons Notaris publicus.

Ende naer dyen de voorschreue act notariael wel ende int lange inden voorschreuen raede van Brabant waere gesien ende gelesen geweest ende
(p. 6)
by den comparant als vooren vernieuwt, hadde den seluen voorts verclaert te vreden te wesen dat syne voorschreue constituanten in het volbrengen, volvueren ende achtervolgen vanden inhoudt vande voorschreue acte notariael souden worden gecondemneert, welck verclaeren by my Greffier dese onderteeckent hebbende, geaccepteert synde voor ende inden naem van Sieur Jacobus persoons, rentmeester vanden quartiere van Thienen, ende Jouffrouwe Maria Duremans gehuysschen, hebbe daeraff verscocht acte ende dijen volgende condemnatie, gesien ende gevisiteert wel ende int lange inden voorschreuen raede van Brabant d'acte notariael hier vooren geinsereert ende gehoort daerop die gelasten verbintenissen, declaratien, submissien ende acceptatie der voorschreue partyen, Die Coninck onsen genaedigen Heere Hertoge van Brabant etcetera aggreerende ende houdende voor goet, vast ende van weerden t'gene voorschreuen is, heeft de voorschreue constituanten ten versuecke ende wille des voorschreueve geconstitueerde gecondemneert ende condemneert de selve by desen te onderhouden, volvueren ende achtervolgen den inhoudt vande voorschreue acte notariael in alle syne poincten, clausulen ende conditien, ende in sulcker vuegen ende maniere als de selue hier vooren staet geinsereert sonder daer tegens te doen ofte commen in eeniger manieren, directelyck ofte indirectelyck, accorderende aenden voorschreuen Jacobus persoons,
(p. 7)
rentmeester vanden quartiere van Thienen, ende maria Duremans gehuysschen, dese tegenwoordige acte om hun te dienen ende daer mede te behelpen daer ende alsoo des behooren ende van noode wesen sal, aldus gedaen ende gepasseert binnen dese Stadt Brussele den negensten meert xvij c seuen (= 1707).

Noten
(1) Verder in de tekst staat verkeerdelijk: Van Dijen.
(2) Botij is verder aangeduid als Bouij (lees Bovij).
(3) De hictic: heden is in onze regio de naam Hicketick bekend.
(4) Foutief voor: derogerende.
(5) Verkeerdelijk voor: Nijen.

© 2008 Edelhart Kempeneers
XHTML 1.0 Transitional