Nieuwsbrief Dr. fil. Paul T.C. Kempeneers

Paul Kempeneers is doctor in de Germaanse filologie.
Op de webstek www.kempeneers.org vindt u zijn publicaties, geschiedkundige kaarten, en verscheidene artikels.

Sprokkel 268: Kermispret in Kapellen. 1 mei 2008.

Het nummer 23.327 van het kerkarchief van Vlaams-Brabant is een mooi gerestaureerd handschrift waarin de inkomsten en uitgaven van de kerk van Kapellen staan genoteerd. Soms komen speciale posten voor, die een licht werpen op het leven in Kapellen in de 17de eeuw. Uitzonderlijk zijn bij voorbeeld de uitgaven voor het klokkengieten in 1632, waarvoor de spijs gehaald werd in Maastricht.

Gewone uitgaven waren in 1631 tien stuivers voor appelen en noten. Ze dienden voor de schoolkinderen, als men singt gloria laus. Dit gebeurde op Palmzondag. In 1628 luidde de tekst van deze uitgave: aen noten appelen ende manen voer schoelkinderen op palmsondach (f. 87). Speciaal was de betaling van 6 stuivers aan Jan Vanden bosch om een uil te schieten in de kerk (f. 87 verso).

De Schutters van Kapellen hadden een jaarlijks aandeel in het processiegebeuren. In 1628 werden 30 stuivers uitgegeven aan pulver om op kermisdag in de processie te schieten. Vermoedelijk was 1629 een uitzonderlijk jaar. Toen werd namelijk een draak ten tonele gebracht! Degene die hem stak, kreeg 3 gulden en 12 stuivers. De man die de draak had gedragen, kreeg 26 stuivers. De figurant die de draak doodstak, zat op een paard. Ook dit paard moest betaald worden: het kreeg een molenvat haver. Verder was er een vaantje nodig om op de lans vast te maken, of zoals de kerkmeester schreef: voer een vaen om aen de lans te doen waer mede men een draec gesteken heeft. De rekening werd op 7 maart 1630 voor de notabelen van Kapellen voorgelegd en goed bevonden. Achteraf moest de vice-archipresbyter Reinier Smits de rekening nog goedkeuren. Deze was er niet gelukkig mee en noteerde dat hij had bevonden onnuttige sommen, uitgegeven ter oorzake van de processie.

Een verrassing was mijn vaststelling dat in Kapellen een meiboom werd geplant! Dit ging natuurlijk gepaard met het nuttigen van enkele kannen bier. De kerkmeester schreef hierover in zijn rekeningenboek: als de joncmans hebben op meydach geplant enen meyboem opden kerchoff. Het bier dat toen gedronken werd, kostte 2 gulden en 11 stuivers. Proost!

Sprokkel 269: Burennijd in het Hageland. 15 mei 2008.

De Schepengriffies van Glabbeek nummer 782, bewaard in het Rijksarchief te Leuven, behandelen criminele feiten die zich in Glabbeek en omgeving hebben afgespeeld tussen 1772 en 1782.

Op zondag 29 november 1772, na het Lof, gingen 2 inwoners uit Wever een pint pakken in de herberg van de weduwe van Hendrick Willems in Attenrode. In de kelderkamer waren eenige soo mans als vrouwe persoonen paysibelyck dansende [op vreedzame wijze dansend], maar niet voor lang. Geert Vicca en anderen uit Glabbeek verdreven de dansers met stokslagen. We luisteren naar de getuigenis van Matthys Van Goedsenhove, ingezetene van Wever, 29 jaar oud. Komende uit het huis van Jan Beullekens, ging Matthys een pint drinken bij de weduwe Willems in Attenrode. Na een uurtje wou Matthys gaan dansen, maar Peeter Beullekens wilde hem dat beletten. Daarom liet Matthys het meisje gaan, maar Geert Vicca uit Glabbeek sprong al vloekende op hem toe en begon hem met zijn vuisten te slaan. De jongen trok zich terug om aan de slagen te ontkomen. Onmiddellijk echter sprongen 4 à 5 personen naar hem toe en begonnen met hun stokken te slaan, waer door hy een gadt in syn hooft heeft ontfangen, door hetwelck hy veel bloedt heeft gestort. Met zelf een stok van zijn belagers af te pakken, geraakte Matthys ten slotte buiten de herberg. Van de aanvallers herkende Matthys enkel Geert Vicca. Matthys vluchtte in het huis van Peeter van Hellemont om zijn wonde daar te laten vermaken.

Ook Jan Vandeput, knecht bij de pastoor van Wever, 33 jaar oud, kreeg ervan langs. Toen hij zag dat er ruzie was, ging hij buiten de herberg staan. Geeraerd Vicca riep echter Gij zijt mijnen man en sloeg met een stok op zijn hoofd, zodat hij ter aerde in onmaght is gevallen. Nog andere getuigen vertelden hetzelfde verhaal.

In de volgende bundels van nummer 782 komt genoemde Geert Vicca nog verscheidene keren voor, onder meer voor slagen en verwondingen toegebracht aan inwoners van Zuurbemde. Voor Vicca en zijn kompaan Francis Fets was er voor buren uit Zuurbemde geen bier in Glabbeek. De feiten speelden zich af op 1 en 8 december 1772, voor de herberg van Michiel Guelinckx op de Dries. De teksten geven een goed idee van het sociale leven in het Hageland in de 18de eeuw.

Glabbeek-Zuurbemde. 16 mei 2008.

Paul Kempeneers te Glabbeek Op vrijdag 16 mei 2008 heeft de gemeente Glabbeek in de bibliotheek het nieuwste boek van Paul Kempeneers voorgesteld: Glabeek-Zuurbemde. Het wordt op 9 mei gemeld op Tienen Blogt, en op 28 mei in Het Nieuwsblad.

U kunt de publicatie via de website bestellen. De kostprijs bedraagt 16 Euro. Het kan afgehaald worden in de geschenkenzaak KADO (016/81.37.28) of verstuurd met de post.


Glabbeek-Zuurbemde In veel toponymische werken worden de plaatsnamen alfabetisch opgesomd en verklaard. Kempeneers heeft deze saaie beschrijving sedert lang verlaten en behandelt de toponiemen in aparte rubrieken. Hierbij komt heel wat geschiedkundige informatie, zodat een leesbaar boek ontstaat. In een eerste hoofdstuk behandelt de auteur Glabbeek en zijn buurgemeenten, als deel van de meierij Halen en thans van de provincie Vlaams-Brabant. Vervolgens komen de nederzettingsnamen aan bod, niet alleen Glabbeek en Zuurbemde zelf, maar ook Kinkem en Rode. Vroeger vormden Glabbeek en Zuurbemde een aparte heerlijkheid. Dank zij het privé-archief van dr. Jacobs uit Tienen kwam de schrijver heel wat te weten over de vroegere heren van Glabbeek, van De Pape, over Melot tot De Luesemans. Voor velen zal het een verrassing zijn dat Zuurbemde en Tienen zoveel met elkaar gemeen hebben. De leden van de familie Van Ranst, De la Viefville en Festraets woonden op de Wolmarkt van Tienen, maar waren tevens de heersers over Zuurbemde.

Het reliëf, met de oude namen van de waterlopen, vormt een apart hoofdstuk. Met de Kale, de vroegere naam van de Gladbeek, gaan we tot ver voor Christus terug! Vervolgens komen aan bod: terreinwoorden voor bossen, hagen, bomen, graslanden en akkers. Gebouwen worden ingedeeld in kerkelijke en burgerlijke bouwwerken, elk met een aparte geschiedenis, zoals de pastorie op de Dries, het verdwenen pachthof van de Grote Heilige Geest, de schutterhuizen en de paanhuizen. Een uitgebreid hoofdstuk over wegen en voetpaden sluit het boek af.

Het boek is geïllustreerd met verscheidene zeldzame prentkaarten en 17 kadastrale kaarten, door de schrijver zelf nauwkeurig getekend.

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief versturen aan de webbeheerder.