Nieuwsbrief Dr. fil. Paul T.C. Kempeneers

Paul Kempeneers is doctor in de Germaanse filologie.
Op de webstek www.kempeneers.org vindt u zijn publicaties, geschiedkundige kaarten, en verscheidene artikels.

Sprokkel 232: Vissenakens glorie. 7 december 2006.

Toponymie van Vissenaken In de “Handelingen” van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie in Brussel, jaargang 78 (2006), verscheen mijn uitgebreide studie over Vissenakens glorierijk verleden. Dit artikel van 252 bladzijden is als aparte overdruk verkrijgbaar in de winkel Kado, Leuvensestraat 45, te Tienen (016/81.37.28) of in de stadsinfo op de Grote Markt. Het boek kost 17 euro.

Dit werk over Vissenaken is het sluitstuk voor Tienen. In 1987 verscheen over Tienen het boek “Tiense Plaatsnamen” in twee delen en in 1999 het driedelige werk “Thuis in Thienen”. Bost heb ik uitvoerig beschreven in mijn boek over Hoegaarden. Verder verschenen systematisch: Hakendover, Goetsenhoven, Oorbeek, Kumtich, Oplinter, en Sint-Margriet Houtem met een deel over Bunsbeek. Met de uitgave van het lijvige artikel over Vissenaken zijn dus alle deelgemeenten behandeld.

Aan de grondslag van Vissenaken ligt de stamvader Fasso, intussen de naam van een eigen gebrouwen bier in Vissenaken. Uiteraard komen de bekende heiligen van Vissenaken aan bod, met Sint-Pieter en Sint-Maarten, maar ook met de unieke Sint-Emmelen of Himelinus, die enkel in dit dorp wordt vereerd.

In de volgende hoofdstukken besteden we aandacht aan de waterlopen en het reliëf van Vissenaken, aan de bossen, de namen voor gras- en akkerlanden, de kerkelijke en burgerlijke gebouwen, de namen voor wegen en voetpaden. Het zal voor velen een verrassing zijn dat in Dienem ooit een windmolen heeft gestaan.

De namen dragen soms een boeiende geschiedenis met zich mee. Met veel zoekwerk kon ik de 3 pachthoven van Savooien situeren. Twee liggen in Vissenaken, het derde ligt in Attenrode-Wever. Samen met het eerste pachthof verdween de Sint-Niklaaskapel aan de huidige Twaalf-Apostelenstraat. “Vissenaken” is geschreven in een voor iedereen begrijpelijke taal. Het boek is verlucht met verscheidene foto's en kaarten.

Tiense sprokkels verschijnen in De Publipers, elke twee weken.

Sprokkel 233: Spek en eieren en zo. 21 december 2006.

Nogal wat graslanden hebben eigenaardige benamingen. Ze hebben dikwijls te maken met de aard van de bodem. De rauwagie in Waanrode was een beemd, begroeid met netels en braamstruiken. Het woord is een vervorming van het Franse woord ravage “verwoesting”. Dialectisch betekent “rawazje” nog altijd een ordeloze troep. Het eerste lid lijkt op rauw, met de betekenis “ruw”. In Waanrode lagen in 1680 tien zillen “rauw weide” tussen de Blij- en de Rattenborgstraat. De rauwe weide en de ravage werden aldus gecontamineerd.

Eertijds was in Budingen de Beiaard bekend, in 1480 geschreven “den beyart”. Het was een weide gelegen in het Molenbroek langs ’s-Hertogengracht (plaatselijk bekend als de Sattekesgracht). Baaierd en beiaard zijn namen voor drassige weiden.

Een andere natte weide in Budingen heette de Borgel. Deze weide lag aan het eindpunt van de Getestraat in Terhagen. Borgel wordt gewoonlijk verklaard als een bosnaam. Lo uit Germaans *lahwa kan echter ook nat grasland betekenen. Borg verwijst naar het verdwenen gehucht Hever. Nog in Budingen heette een weide de Kwakaard, afgeleid van Middelnederlands quack + aard, dus een moerassig terrein.

Slechte weiden in Gussenhoven werden de Kweling genoemd. In de Franstalige tekst van de abdij van Heilissem circa 1690 heette deze plaats “inden Culinghen”, maar op de kaart van de Parkabdij lees ik in 1656 “Den quilinck Couter”. Kweling is met -ing/-ink afgeleid van Middelnederlands quilen “kwijlen, zeveren”. Ook quellen “opborrelen” is mogelijk. Hoe dan ook: Kweling verwijst duidelijk naar een natte ondergond. In Orsmaal lag dan weer een goede weide, Spek en Eieren genoemd. De Gulden Nagel op de grens Kumtich-Vissenaken is heden nog bekend. Ik vond deze naam al in 1454. Als we nagel verbinden met “hoefnagel”, kan Gulden Nagel betekenen “geschikt grasland voor paarden”.

Tiense sprokkels verschijnen in De Publipers, elke twee weken.

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze nieuwsbrief versturen aan de webbeheerder.